Vroeger was het net als nu, maar dan anders,


Ik loop in het onderwijsveld al enige tijd mee, maar nog iets te kort om de verandering van onderwijsorganisaties zelf te hebben meegemaakt.

De tijd waarin eerst de bovenmeester daarna de hoofdmeester, een schoolleider werd, en daarna nog iemand als algemeen directeur en later als voorzitter van het bestuur boven zich kreeg. 

 

Mijn jeugd was in het tijdperk ‚hoofdmeester’, en dat de hoofdmeester hoofdmeester was liet hij aan alle kanten merken. 

Zijn tred door de lange hoge gangen, zijn minzaam lachje, maar vooral zijn vernietigende blik en verwoestende oordelen logen er niet om. 

Dat laatste was natuurlijk per kind verschillend, het zegt iets over mij dat ik vooral die kant heb leren kennen.

 

De hoofdmeester deed alles in die tijd, hij gaf les, zat op kantoor, en sprak de kinderen (vermanend) toe. 

Later heb ik begrepen dat hij zijn schoolteam ook op authentieke wijze leiding gaf, en dat hij tussen zijn werkzaamheden door netjes om 12.00 uur bij zijn vrouw aan tafel zat voor de warme aardappelen. 

Mijn hoofdmeester nam zijn taak serieus, net als zijn verantwoordelijke taak van koordirigent van de, toen nog goed gevulde, plaatselijke kerk.

 

De school deed het goed, al had ik er andere gedachten over, aan leerlingen geen gebrek en prima resultaten.

 

Mijn hoofdmeester maakte niet meer de stap mee naar schoolleider, beter ook van niet denk ik, maar de school wel. 

Net als bijna alle andere scholen in het land kwam ook deze school terecht in een bestuur waarin alle scholen van eenzelfde identiteit en uit de ruime omgeving waren vertegenwoordigd.

De schoolleider kreeg een baas, anders dan een goedwillend vrijwillig schoolbestuur bestaande uit ouders uit het dorp of de stad.

De stichting werd geprofessionaliseerd; bestuurlijke schaalvergroting.
 Soms met 1, vaak met 2 maar in veel gevallen met een driekoppig bovenschoolsmanagement team en/of met een (wel of niet uitgebreid) stafbureau ter ondersteuning.

Het bovenschoolsmanagement wordt inmiddels een college van bestuur wordt genoemd. 

Geen schoolleider die daar overigens iets van merkt, de leden van dit bestuur in veel gevallen wel: andere arbeidsvoorwaarden vastgelegd in de bestuurders CAO.

 

Van autonome, en met een volledige eindverantwoording, bovenmeester naar schoolleider met een college van bestuur en raad van toezicht. 

 

Er is een aantal, veelal bekwame hardwerkende mensen in het onderwijs bijgekomen.

Deel van het systeem rondom de kinderen geworden, regelgeving, papierwerk, verantwoording, vergadertijd, rijk van zeer goede bedoelingen. 

 

Mijn hoofdmeester van destijds, loopt nog steeds fier zijn rondje door het dorp. 

De kinderen op de dorpsschool nemen nog steeds plaats in de schoolbankjes, de school staat goed bekend, aan leerlingen geen gebrek, prima resultaten. 

 

Vroeger was het net als nu, al is de wereld veranderd.

Veranderd, vooral in de organisatiestructuur. 

 

Zullen we een eerlijke balans, kosten en baten, opmaken welk verschil dat ons brengt?

 

Alle blogs