Blogsite 'hetkind' gaat verder met een nieuwe site en vraagt de bloggers (van weleer) het werk in bewaring te stellen. Ik doe dat door alle schrijfsels van de afgelopen jaren op die site hier in een artikel te plaatsen. 

Dag juf - april '17 herplaatst - eerder geschreven. 

Ha juf,
Mooi ben ik al geworden he,
vier jaar oud al, het is niet niets.
Zie mij lopen, lachen, praten.
Spelen, kleuren, en op de fiets.
 
Ik leerde het helemaal zelf
met de liefde van mijn lieve ma
met haar aandacht en de ruimte
kijkt zij mij straks door de ruitjes na
 
Ha juf, nu kom ik bij je
mag ik blijven wie ik ben?
duw je mij niet te hard een keurslijf in
blijf je rustig wanneer ik ren?
 
Laat jij me spelen, huilen, lachen
geef je mij ruimte om te leren wanneer ik wil
dwing je mij niet de wolken te kleuren
word je niet boos als ik een keertje gil?
 
Wees niet ongerust als ik bij het tellen
hier en daar wat cijfers oversla
dat het lezen trager gaat dan, ja wie…
heb vertrouwen dat ik het echt wel een keer gadesla
 
Dag juf, ik geef je mijn leven, mijn vertrouwen, in jouw handen
geef jij het jouwe dan aan mij
dat wij samen kunnen bouwen
aan een prachtig leven, wij.

Over (straat)jongeren - januari '17 - na een bezoek aan scholen in Rotterdam Zuid

Over (straat)jongeren: ‘Geef ze een tweede, derde een vierde kans. Laat ze niet vallen.’

 
‘In mijn eigen Bilthovense bubbel ontvang ik scholen uit het hele land. Altijd de vraag: Kunnen wij dit ook met onze kinderen? Steeds had ik de overtuiging dat het kan, uitgaan van het vertrouwen.’ In Rotterdam zag schoolleider Jeroen Goes dat dat klopte. Hij bezocht met de Coalitie van hetkind Stichting De Nieuwe Kans en Vakcollege De Hef. Twee plekken voor jongeren en jongvolwassenen in Rotterdam waar de medewerkers niet-veroordelende vragen stellen, vertrouwen geven en beschikbaar zijn. Beschikbaar zijn voor alle kinderen, beschikbaar zijn voor de straatjongeren, om hen een tweede kans te bieden, en een derde, een vierde. Juist zij. 
‘Houd ze binnen‘ zo schreef ik een paar jaar geleden.
‘Geef ze een tweede, derde een vierde kans, laat ze niet vallen’
Op een weinig inspirerend bedrijventerrein aan de zuidkant van de Maas stapte ik met onderwijscollega’s van de Coalitie van hetkind dit grote pand binnen. Rotterdam Zuid, de plek in Rotterdam waar mijn zoon geen kamer wilde hebben. ‘Beter van niet pa, ik ga boven de Maas zitten’.
 
Soms is het het beste om nietsvermoedend een andere wereld in te stappen. En zo volgde ik de groep mensen, schudde een hand en stapten we de theaterzaal binnen.
Stoelen kris kras door elkaar, geen voorstellen; ga maar zitten, neem deel aan dit spel.
Een paar minuten later schudde ik de handen van de tien aanwezige jonge mannen, in de vorm van een theaterspel. We begroetten elkaar alsof we elkaar jaren niet hadden gezien en een volgend moment met grote argwaan naar elkaar. In de theatersport oefening kwamen de echte talenten van de aanwezige mannen naar voren. Humor, rauw, grof, straattaal, maar in theatervorm. Improviserend, geen nee zeggen, maar met steeds een ja de spanning opbouwende. Ik voelde mij, “geslaagd” (naar maatschappelijke maatstaven), blousje aan, zittend aan de kant, klein worden ten opzichte van deze mannen.
Het zijn de jongvolwassenen van ‘De Nieuwe Kans’ (organisatie voor dagbehandeling van jongeren vanaf 18 jaar). Jongeren van de straat die, soms op eigen initiatief en vaker gedwongen door het jeugdloket, deelnemen aan dit project. Als nieuwe en misschien wel laatste kans om van de straat te komen.
We stonden hier voor even als een groep samen en tegelijkertijd heb ik nimmer zo ver van de wereld van mijn spelgenoot gestaan. Het Rotterdamse straatleven, zoals tenminste 7.000 jongeren tussen 18 en 26 jaar dit dagelijks leven. Deze stichting bereikt 250 jongeren per jaar en biedt ze nieuwe mogelijkheden. Een uitzicht op een opleiding, een baan, een stageplek. En ondersteuning bij hun leven. Als ze zich aan de regels houden.
‘Van waaruit verbind je ze?’, zo stelden wij de vraag aan hun docenten. ‘Verbinden doen we door uit te gaan van hun kansen, in wie ze zijn, in wat ze kunnen. En dat is, voor deze jonge mannen met een karrevracht aan bagage, een nieuwe ervaring. Ja, het lukt ons, en ja, het lukt ons vaak niet.’
‘Houd ze binnen’ zo schreef ik een paar jaar geleden.
‘Geef ze een tweede, derde een vierde kans, laat ze niet vallen’
Terwijl ik nog ruim onder de indruk was van mijn kennismaking met deze wereld onder de Maas, in Rotterdam Zuid, werd ik alweer op een andere plek in Rotterdam Zuid ontvangen. Rotterdams Vakcollege de Hef. De school met 55 nationaliteiten, zoals op straat al zichtbaar was.
Toen dit gebouw 3 jaar geleden werd geopend hebben de leerlingen zich afgevraagd: ‘Is dit allemaal voor ons?’ Zo niet-gewend zijn zij aan de omgeving die ieder kind in Nederland verdient. Een prachtig, open, schoon, modern gebouw.
De leerlingen hebben meegewerkt om de straatcultuur uit de school te verdrijven. Om trots te kunnen zijn op hun school, om kansen te bieden, een veilige plek te hebben met elkaar.
Trots, want ze zitten op een vakschool, inhoudelijk gelijk aan het vmbo, maar ‘we willen niet op het vmbo zitten, daar vinden mensen veel van’. En zo werd het een vakschool, Rotterdams en ‘De Hef’, een icoon in de stad.
In de vele verhalen van de directeur die deze transitie van probleemschool naar deze school heeft ingezet vroeg ik haar wat voor haar nu de basis is geweest in het werken met deze kinderen.
Eerder deze week heb ik namelijk die vraag ook gesteld aan andere directeuren en leerkrachten op scholen die veel te maken hebben met grote pedagogische vraagstukken (‘vijf van mijn leerlingen ben ik kwijt geraakt, allen zijn uit huis geplaatst’, zo vertelde een van hen).
De directeur van De Hef wond er geen doekjes om: de pedagogiek is de basis voor al ons leren. Via die weg, de juiste niet-veroordelende vragen te stellen en alle kinderen het vertrouwen te geven zijn we zo ver gekomen als dat we nu zijn. Kinderen gaan graag naar school, docenten hervonden hun trots en ouders komen weer naar school terug (en gisteren kwam de Minister luisteren naar ons verhaal).
‘Houd ze binnen’ zo schreef ik een paar jaar geleden.
‘Geef ze een tweede, derde een vierde kans, laat ze niet vallen’
In mijn eigen Bilthovense bubbel ontvang ik vele, vele scholen uit het hele land. En steeds weer ontving ik de vraag: kunnen wij dit ook met onze kinderen, onze doelgroep?
Steeds had ik de overtuiging dat het kan, uitgaan van het vertrouwen, de pedagogiek als basis. Maar steeds weer wist ik niet of die overtuiging juist was, bewezen kon worden.
Vandaag was ik in Rotterdam Zuid en zag ik waar een stevige basis werd gelegd om te voorkomen dat deze kinderen een ‘Nieuwe Kans’ nodig hadden om van de straat te geraken.
De basis is de pedagogiek en zoals later werd gezegd: het gaat niet om de verbinding maar het gaat om ‘de beschikbaarheid’; onze beschikbaarheid.
Beschikbaar zijn voor alle kinderen, beschikbaar zijn voor de straatjongeren, om hen een tweede kans te bieden, en een derde, een vierde. Juist zij.
Stichting ‘De Nieuwe Kans’ bestaat vanuit gemeentelijke subsidies en zo zijn zij afhankelijk van de politieke wind.  Ik kan alleen maar hopen dat die wind voor deze stichting nog heel lang de goede kant uitwaait.
Dat verdienen al die mooie mensen die zich hier en elders inzetten voor hen voor wie het leven niet als vanzelfsprekend over een geplaveid pad zal gaan verlopen.

Houd ze binnen en wees beschikbaar.  

Van speciaal onderwijs naar vakmanschap - januari 2017 

Onwetend liep ik de luxe kledingzaak in.
Even later liep de verkoper zich een rotje, sjouwde ongevraagd stapels blousonnetjes uit ruimtes waarvan ik niet wist dat ze bestonden.
Een glaasje water, gesprekken in drie talen met andere klanten, een speldenkussen op zijn arm, mijn vrouw inpalmend met zijn charme, belangstellende vragen over mijn werk, schouderkloppend op zijn personeel.
Zo groeide de stapel kleding in het pashokje.
Ja, hij had een bijzondere schoolloopbaan gehad; speciaal onderwijs, niet afgemaakte opleidingen. Nog al druk ja. Onder de verkooptafel ligt een lijstje met de to do’s die hij afstreept (maar thuis… ja dat is anders), anders komt het er niet van.
‘Ik heb zo mijn beperkingen en voor dit vak heb ik niet hoeven te leren.’
Glimlachend liep ik zo’n twee uurtjes later met volle tassen de zaak uit. Een warme handdruk en wat gratis sokken toegestopt gekregen.
En ik dacht: dit is geen beperking, dit enthousiasme, het vakmanschap en een ongekende gastvrijheid. 
Van speciaal onderwijs naar vakmanschap. 
Dat alles bij elkaar was wat deze dag nog zo veel mooier maakte dan de volle tas met kleding aan mijn schouder.

Een interview met Daisy Hombergen - inspecteur van het onderwijs voor het magazine van Het Kind - Mei 2016

Klik hier voor de pdf


Gedrag zoals men van je verwacht: als een rotzakje - februari 2016


De jongen zat nog maar korte tijd op onze school. Slechts tien jaar oud, zijn vierde school inmiddels, hij was zijn moeder gevolgd. En in de paar weken tijd was zijn aanwezigheid niet onopgemerkt voorbijgegaan.
De problemen van het schoolplein zoog hij als vanzelf aan. En in een relatie met de leerkracht leek hij ook weinig trek te hebben. De leerkracht van zijn vorige school was nogal duidelijk in haar bewoordingen. Eerlijk gezegd schrok ik van de woorden van deze professional. Uitlatingen van deze soort voor een ‘jochie’ van 10 jaar en dat met zijn voorgeschiedenis…
En zo geschiedde het dus. De jongen gedroeg zich zoals zijn omgeving van hem verwachtte, hij gedroeg zich als een ‘rotzakkie’.
Het duurde niet lang of hij mocht bij mij op kantoor komen. Met een mengeling van argwaan en nonchalance stapte hij mijn kamer binnen. Bestraffende woorden zouden zijn deel worden, dat wist hij zeker. Zoals altijd.
Zijn argwaan steeg toen deze bestraffende woorden uitbleven. De vraag die ik hem stelde bleef dan ook voorlopig door hem onbeantwoord. ‘Wat heb je van mij nodig om een leuke tijd hier te hebben?’
Wel wist hij op mijn verzoek in te gaan om mij op te zoeken als ik iets voor hem kon betekenen.
De weken verstreken. Weken waarin ik aan het team vroeg om de schoolpleinregels met enige flexibiliteit toe te passen. Voor dit jochie eens een uitzondering te maken als hij in de bomen klom. Een plek waar hij zich blijkbaar op z’n gemak voelde.
Ik sprak hem, in mijn beleving, in de korte tijd dat ik op zijn school mocht werken, slechts een paar keer. Gaf af en toe een aai over zijn bol, vroeg of het goed met hem ging. Van diepgaande gesprekken is het niet meer gekomen.
Bij mijn afscheid van de school sloop hij ongemerkt de achterdeur uit. Ik rende hem nog even achterna, een kleine high-five en een ‘maak er wat van’, en weg was ‘tie.
Het was een paar maanden later dat ik iets over hem hoorde. Hij was uit mijn gedachten verdwenen, tot het moment van de mail. Zijn nieuwe leerkracht liet mij weten dat de kinderen uit haar klas een verhaal schreven over hun held.
De jongen had een opstel geschreven, over mij. Ik was in zijn ogen zijn held geweest. En hij is de mijne.

Stempels - oktober 2015

Zelf schoolgaand kind in de jaren 70 en 80 bekijkt schoolleider Jeroen Goes de verschillen tussen toen en nu als het gaat om stempels. En vooral ook: de kennis over stempels bij leerkrachten. Want wat hij ziet, daar kijkt hij vol bewondering naar. Maar wordt een goede docent beter van stempels?
stempelHij sprak nog over de tijd waarin de enige stempels in het klaslokaal door zijn juf in zijn schrift werden gezet. Die van een mooie krul of een plaatje onder een goed gemaakte oefening.
Dat was toen, in de jaren zeventig en tachtig.
Dyslexie, ADHD en hoogbegaafdheid waren in die tijd nog niet bekend als diagnose voor de leerlingen in de klas, drukke en slimme kinderen bestonden er al wel, maar een echte stempel bestond daar nog niet voor.
Terwijl er nog steeds mensen beweren dat het onderwijs slechts langzaam verandert, hoeft hij slechts een gesprek met de intern begeleider te hebben om te weten dat dit niet waar is.
Met een grote zorgvuldigheid worden de kinderen gevolgd en hun vorderingen geadministreerd.
Over een deel van deze kinderen is er veel meer in kaart gebracht, zijn -gogen en -logen benaderd en zijn er intensieve gesprekken met de ouders gevoerd.
Terwijl de ouders nog moeten wennen aan een stempel voor hun kind, zijn de leerkrachten alvast zonder dit stempel dagelijks bezig om hun aanbod aan de vraag aan te passen.
Voor de vermeende dyslect met extra leesoefeningen, de ADHD-er krijgt zijn ruimte voor extra beweging en onrust in het hoofd en het lijf en voor de mogelijk hoogbegaafde leerling liggen er tal van uitdagende vraagstukken klaar. De ouders wennen nog wat, soms jarenlang, de juf gaat vast voort en ziet dat het goed uitpakt.
Hij hoort en ziet het veelal met bewondering aan. De deskundigheid van de mensen in de scholen is ontzettend toegenomen. De kennis van de wetenschap wordt toegepast in de schoolpraktijk.
En van de stempels in de dossiers van de kinderen wordt op een positieve wijze gebruik gemaakt.
Met deze kennis van het heden denkt hij nog eens terug aan de klas van zijn jeugd. Veel lastige jongens vooral, die zich maar moeilijk konden vinden in het standaardprogamma van de basisschool. Op het Voortgezet Onderwijs (“de middelbare”) was dat al niet anders. Andere jongens, maar minstens zo lastig.
Hij kent het verhaal van de stuiterende lastige brutale vlegel van de basisschool, onbegrepen leerling, op het VO afglijdend (dat heet nu afstromend) van gymnasium naar de MAVO. Honderd-en-een ongelukken en 12 ambachten in zeven sloten tegelijk lopende puber en jong volwassene.
Zonder stempels werd die jonge stuiterbal door schade en schande volwassen.
Er is geen tweede kans meer om te zien hoe het met deze jongen in deze tijd zou zijn gelopen, gediagnosticeerd als hoogbegaafd ADHD-er.
Een vroegtijdige stempel, maar vooral de aanpassing van het gedrag van zijn leerkrachten en docenten hadden zijn levenspad zeker beïnvloed.
Het onderwijs passender gemaakt, zoals dat in het huidige onderwijs in veel gevallen zo prachtig aan de orde van de dag is.
Van de meeste stempels worden de kinderen niet slechter en wordt de goede docent nog beter.

Wind en zeilen - september 2015

Wind en zeilen
windJe kan, zo las hij dit weekend ergens,
de wind niet laten draaien,
niet harder of zachter laten waaien,
of de betere hoek laten kiezen.
De wind waait en draait
zoals hij zelf waaien en draaien wil.
Maar je kan, zoals het stond geschreven,
wel je zeilen bijzetten,
of draaien, wenden, keren,
om de wind er vat op te laten krijgen,
of juist niet,
om in de woestheid van de storm,
toch geheel stil te komen liggen,
of juist tegen die wind in te kunnen varen.
Als zeiler van je eigen boot,
geen invloed op de elementen,
wel de macht daarover te kunnen uitoefenen.
En hoewel hij hoopt
dat niemand er naar streeft de storm in iemands leven te zijn,
koestert hij de gedachten aan het beeld van de zeiler
de zeiler te zijn in zijn eigen leven.
Vandaag zette hij de zeilen uit de wind
en zocht en vond hij
midden in het oog van de storm
de stilte van de zee.

 
Houd ze binnen - september 2015
Houd ze binnen,
de jongens, de meiden, die buiten de lijntjes kleuren.
Anders zijn, creatiever, brutaler dan de rest.
Grootser zijn dan de school aan kan.
Tegen het systeem aanbotsen, op zoek naar de grenzen.
De grenzen van zichzelf.
 
Houd ze binnen,
de jongens, de meiden, die niet zo maar excelleren
die niet het voorbeeld voor de school zijn
die onderwerp van gesprek zijn,
door hun cijfers, hun gedrag.
 
Houd ze binnen,
omdat het makkelijker is ‘to love the beloved ones’ dan ‘to love the unloved ones’.
juist hen, ze hebben het nodig.
Doe je moeite om achter het gedrag te kijken, voel dat kleine hart
leer ze te begrijpen, duw ze niet in het keurslijf
geef ze de ruimte om te zijn wie ze zijn, en help ze.
In hemelsnaam, help ze.
 
En geef ze niet op.
 
Laat ze niet vallen, niet vallen door hun gedrag
juist hen niet, hijs ze op een podium voor datgene wat ze kunnen
accepteer de valpartijen, het onderuit gaan, waardeer ze om wat ze zijn.
 
Maar alsjeblieft, houd ze binnen, geef ze vertrouwen en geef ze een tweede kans,
een derde, een vierde, een vijfde kans.
 
Vandaag zag ik het verdriet in de ogen van de moeder,
het wanhopige van een moeder wiens vertrouwen werd geschaad, met
het moed der wanhoop, herpakkend naar het vertrouwen in de talenten van haar kinderen.
Twee scholen, docenten wiens vak het is de toekomst van kinderen te creëeren.
Niet door ze op te geven, maar door hen vertrouwen te geven.
 
Lieve docenten, houd ze binnen, leer ze begrijpen.
Juist zij die buiten de lijntjes kleuren.
Doe het, en laat je verrassen om te aanschouwen
van wie juist deze kinderen zullen gaan worden.

Uitgaan van vertrouwen - naar aanleiding van een lezing - juni 2015

Martie van Velsen schudde de boel rondom het thema ‘Vertrouwen’ in het middagprogramma van de conferentie Leider Zijn – woensdag 24 september – bij me op. Martie is  directeur Global & Oceanië, bij de kredietverzekeraar Atradius. Een miljoenenomzet als target, maar in de gesprekken met haar managers, wereldwijd verspreid, gaat het zelden over harde cijfers. En bij de presentatie van de jaarcijfers lijkt ze steeds weer verrast: was ik daar bij? En dan stelt ze zich de vraag: wat is mijn aandeel hierin geweest?.
Eigenlijk weet ze het antwoord op die vraag heel helder te verwoorden. ‘Ik probeer een dienstbaar leider te zijn. Het lukt alleen wanneer het team het goed doet, dat kan ik niet alleen.’
Een ingrijpende periode heeft haar verder gevormd. Een betere leider is ze geworden. Al gunt ze niemand dat proces, en is dat ook niet noodzakelijk. ‘Ziekte leerde mij om anderen toe te laten, maar dan ook echt toe te laten. Je bent de schaamte voorbij en je hebt niets meer te verliezen. Ik ben al naakt geweest. Ik moest iets leren van mijn ziekte. En dit is wat ik van de ziekte heb geleerd: de angst en schaamte voorbij. Ik ben een liever mens geworden met vertrouwen in mijzelf en de ander.’
Ze geeft leiding vanuit vertrouwen, er is niemand die op zijn werk komt om de zaak te verstieren. ‘Mensen weten heel goed wat ze goed doen en wat ze minder goed doen. Wat ik moet doen is de ruimte creëren om het gesprek daarover aan te gaan. Waarbij de koers van ons bedrijf de kaders geeft voor die ruimte. Wanneer je het beste voor het onderwijs dat je wilt geven wilt hebben, moet je dat beste wel met elkaar definiëren.’
Leiding geven in vertrouwen vraagt het nodige van jou als leidinggevende. Het vraagt van je om je kwetsbaarheid te tonen. In te stemmen met het feit dat we allemaal feilbaar zijn. Ook jij moet het nog maar bewijzen.
Vertrouwen geeft de basis om te groeien. Dat geldt voor ieder kind en voor iedere volwassene in welke functie dan ook. Hoewel anderen doen vermoeden dat het leidinggeven-vanuit-vertrouwen een keerzijde heeft, weet Martie mij te overtuigen dat dat slechts in de hoofden van mensen zit.
In tijden van crisis worden ‘strepen’ ontnomen. De beslissingsbevoegdheid komt dan boven in de organisatie te liggen; als een reflex op de angst. Het leidt tot niets anders dan ontkoppeling van de mensen wiens vertrouwen wordt weggenomen.  De truc en de magie is dan weg, in deze nieuwe gecreëerde werkelijkheid.
Niet zelden komt de stress van buiten, en laten leiders zich misleiden en voeren op die manier de druk op. De schoolleider die zich laat (mis)leiden door bijvoorbeeld het schoolbestuur, de inspectie, of door ouders. Een leider zal als hitteschild moeten dienen. Om te voorkomen dat niet alle druk van buiten op de medewerkers uitstraalt. Gedoseerd; alleen dat wat echt belangrijk is, maar eigenlijk heb je dat al zelf met elkaar bepaald. Daar is de druk van buiten niet voor nodig.
Is vertrouwen eindeloos, onbegrensd?
Wanneer het vertrouwen wordt beschaamd, een aantal keer achtereen, dan is er van een samenwerking geen sprake meer. Van een warm bad gaat men niet altijd beter functioneren, een koude douche brengt de organisatie en de desbetreffende medewerker dan verder.  Maar laat je zelf ook verrassen met wat er gebeurt wanneer je het vertrouwen verder weet op te rekken; door de juiste vragen te stellen, het vertrouwen om samen beter te worden.
_MG_4183Het was een andere spreker van deze dag – Ilja Arts van het Titus Brandsmalyceum in Oss  (foto) – die het als teamleider als volgt ervaart: ‘Wij hebben vertrouwen in elkaars expertise. Wanneer wij het vertrouwen in elkaar uitspreken, geeft het elkaar kracht. Het vertrouwen wordt gedeeld. Je loopt als mens in een organisatie dat alles wat je doet goed bevonden wordt en dat wil je niet schaden.’
Hoe houd je controle, welk management systeem gebruik je?
In alle onzekerheid waarmee ik dat soort vragen placht te beantwoorden kreeg ik vandaag weer wat bevestiging.  En al heb ik niet het ziekteproces van Martie doorstaan – gelukkig – ontvang ik dagelijks het gelijk dat wanneer het vertrouwen wordt gegeven de mensen en de organisatie tot grote hoogte kunnen stijgen.
En het kind?
Het kind voelt het vertrouwen in elkaar als beste aan, en komt daarin maximaal tot ontwikkeling.


Je ogen - maart 2015
‘Drie van de vier mogen deze kamer verlaten’, zo vertelde de hoofdmeester tegen de raddraaiers in zijn kamer, ‘en jij: jij mag blijven’, zo liet hij in een adem de vierde jongen weten.
‘Waarom’, vroeg de jongen, ‘wat heb ik anders gedaan dan zij?’
‘Jij’, antwoordde de hoofdmeester, ‘jouw ogen staan me niet aan’.
De jongen was met stomheid geslagen, hier zat hij dan niet om wat hij had gedaan, wel om wie hij was. Het zette hem op jonge leeftijd op scherp. Scherp op de scherpe oordelen van anderen op hem en anderen.
Het maakte hem allergisch voor de harde oordelen die hem om de oren sloegen, allergisch voor de mensen die zonder belangstelling naar de ander hun mening ventileerden. Niet met de intentie te laten groeien, maar af te breken, te kleineren, de les te lezen.
Het is het machtige wapen van de leraar voor de klas, de schoolleider, en een ieder die in een ongelijkwaardige positie zit. Het wapen waarmee op ieder moment het verschil kan worden gemaakt, hij die bepaalt of de jonge ziel op vruchtbare grond staat of met gif wordt overgoten of tenminste het water wordt onthouden.
Waar laat je het hart groeien, geef je de kinderen een kans zichzelf mooi te vinden, en waar knak je het zelfvertrouwen in de knop? Wanneer mag je je oordeel voor jezelf houden, laat je de ander zelf zijn valkuilen ontdekken of geef je hem of haar op de juiste wijze de gewenste ondersteuning?
Het zijn de dilemma’s van ieder moment, in iedere relatie. Met woorden wordt een wereld van verschil gemaakt. Ik hoop met hart en ziel dat het positieve verschil wordt gemaakt, voor ieder kind, voor iedere volwassene, in iedere setting.
Zelfs of juist van die jongen wiens ogen je niet aanstaan. Juist voor hem. Of op zijn minst ook voor hem.

Over tafeltjesavonden - wat zei de juf? - maart 2015

Op woensdag 11 maart werd ik uitgenodigd om de documentaire Citostress te bekijken. In alle kwetsbaarheid had de documentairemaakster het laatste jaar van de basisschool een aantal leerkrachten, kinderen en ouders gefilmd, op twee scholen in Rotterdam.
De documentaire heeft verschillende lagen en raakt bij iedereen iets anders, kortom de moeite waard om nog eens flink te bespreken met anderen.
Ondanks de intentie van alle hoofdpersonen ging ik met een gevoel naar huis: ik miste de liefde of, misschien iets minder zwaar aangezet, de echte verbinding. Het zette mij tot denken en tot schrijven, over gesprekken met kinderen, en niet over kinderen.
Tot enkele jaren geleden is de gang die ik maakte voor een tien minutengesprek over mijn kinderen een heel vanzelfsprekende geweest. Eerst de twee keer acht jaar van de basisschool en daarna de tafeltjesavonden op het Voortgezet Onderwijs. Ook al tien minuten.
Mijn jongens zaten steevast braaf op de bank te wachten op mijn thuiskomst: ‘En wat zei de juf?’
Een vanzelfsprekendheid tot het moment van mijn kennismaking met de KOM gesprekken op de school waar ik nu werk. Het ‘Kind Ouder Medewerker’ gesprek.
Hier worden de gesprekken rondom de verslaggeving niet met de ouders gevoerd maar met het kind, in bijzijn van de ouders.
Daar in dat gesprek gebeuren prachtige dingen tussen de leerkracht en de leerling. Niet nadat eerder de leerling is geholpen om kritisch na te denken over zijn welbevinden en de resultaten die hij heeft behaald.
De jongste groepen bereiden dit in de klas voor, de oudere leerlingen doen dit met hun ouders thuis. Wat gaat er goed? Waar heb je hulp bij nodig? En zijn er ook zaken waar je het liever niet over wilt hebben in dit gesprek?
Het is een gesprek in het volle vertrouwen en in veiligheid. Iets waar de leerkracht en de ouder samen een zijn in de ondersteuning naar het kind. Een gesprek waarin wordt gekeken naar de kwaliteiten van het kind. Het kind geeft zelf een kritische reflectie op zijn eigen handelen en zijn welzijn. Een gesprek als opmaat voor de volgende periode.
Ik heb er prachtige voorbeelden van gezien, stralende kinderen trotse ouders. Een gesprek als groeimoment waarin ook de waarheid die soms minder kleurrijk aanvoelt niet wordt geschuwd. Het is misschien wel een van de mooiste periodes van het jaar, waarin ik ook de leerkrachten vol energie na een lesdag deze gesprekken zie voeren.
Sinds mijn kennismaking met deze gesprekken zijn de tafeltjesavonden over mijn zonen voor mij nooit meer hetzelfde. Ik mis mijn zoon naast mij aan tafel wanneer de docent over hem spreekt. Onze jongens gaan richting volwassenheid maar zijn de grote afwezige in de gesprekken over hun eigen ontwikkeling.
Een ouder toonde mij de foto die hij had gemaakt van zijn dochter met haar leerkrachten, na het KOM gesprek: vier (de student was er als vanzelfsprekend ook bij) stralende mensen, de kleinste hield een hartje voor zich. Het hartje had zij gekregen van haar juf, met haar eigen naam er op en haar kwaliteiten.
Good old Herman van Veen vatte het deze zelfde avond nog eens mooi samen.
‘Als er geen mensen zijn die van je houden of van wie jij houdt heb je geen schijn van kans’. 
Dat en zo veel meer zit ingesloten in deze gesprekken met de kinderen, vanaf groep 2.

Angst - naar aanleiding van een lezing van Gert Biesta - februari 2015
 
Veel van wat ik weet, is niet zeker.
En bij de woorden die ik schrijf, begint mijn twijfel.
En juist dat laatste is de reden dat ik schrijf.
‘De twijfel is het begin van het denken’, zo liet Gert Biesta ons gisteravond weten.
En daarin vind ik weer de rechtvaardiging van al deze letters op het scherm.
Angst, zo zag ik het eerder deze dagen in de ogen van enkele gesprekspartners,
de angst voor het onbekende, de angst voor het loslaten,
angst voor vertrouwen in de leerkracht, het kind, of misschien wel de angst voor zichzelf.
Een aangewakkerde angst in de schijnbare zekerheid die we met de kennis die we tot ons nemen voor
onszelf creëren.
Wij zijn de specialisten van het leven geworden, specialisten voor het geluk.
En wanneer ons eigen specialisme te kort komt, zijn er specialisten die ons (in veel gevallen in ruil voor
geld) deze zekerheid kunnen bieden.
Met deze zekerheid zijn we de twijfel voorbij en stopt ons verder denken.
Daarmee ontnemen we tevens het denken van de ander; dit is de zekerheid, dit is de waarheid, verder
denken heeft geen nut.
Onze angst van weleer is ingekaderd.
De bevrijding van de angst, zonder te weten waaraan we nu zijn overgeleverd.
Of zoals Biesta vertelde: Emancipatie als bevrijding of ontsnapping?
In de eerste betekenis geven we ons lot weer in handen van de ander.
We ontsnappen niet, creëren niet onze eigen pad, maar geven het weg; bevrijd én overgeleverd.
hesterIk zag een angst, en zie die angst zo veel vaker terug keren.
Angst voor het mislukken, niet slagen, het missen van de juiste trein van het levensgeluk, het slagen
voor het leven.
Angst, zo vertelde Biesta nog, is niet de angst alleen voor het loslaten.
Misschien is het wel de angst voor het leven.
Veel van wat ik weet, weet ik niet zeker.
En bij de twijfel begint mijn denken.
En toch, bij de laatste regels zit Biesta tenminste dicht bij de waarheid.
‘De angst voor het leven’…  Misschien.

Je suis - januari 2015 - nav de aanslag in Parijs 
Je suis
en dat mag de wereld weten
daarom sta ik op straat samen met de anderen met mijn briefje in de lucht
Je suis Charlie
al had ik eerder nog nooit van Charlie gehoord.
Je suis
de koper van de eerste editie
samen met 6 miljoen anderen om te kijken hoe ze het met de helft kunnen doen
ik sta in de rij, zet ze op marktplaats voor het 100-voudige
en weet dat de dood een markt creëert, het vrije woord als handelsgeest.
Je suis
de man die alle zwartepiet-haters verrot heeft gescholden
ze moesten van onze cultuur afblijven, samen met miljoenen tekende ik de pietietie
anderen met een andere mening moesten maar oprotten
maar nu ben ik vooral voor het respect van een eigen mening
Je suis
de regeringsleider uit Angola, en pleit hier met al mijn politieke vrienden en vijanden
voor het respect voor de mening van een ander
en terwijl ik hier arm in arm sta
moordt mijn leger mijn tegenstanders met honderden tegelijk uit.
Je suis
de partijleider van de fictief grootste partij van het land
en spreek mijn schande uit over zoveel haat tegen onschuldige cartoonisten
dat ik de VARA verfoeide toen ze mij met een spotprent hadden afgedrukt
sprak ik er schande van en bande ik de omroep
Je suis
de Minister van onderwijs, die pleit voor vrijheid van meningsuiting en de aandacht hiervoor in het onderwijs
dat, zo zeg ik, is het allergrootste goed van onze democratie
onlangs liet ik de spreker van een symposium vooraf een verklaring ondertekenen
dat hij mijn beleid niet zal aanvallen, mij met rust zal laten
hij tekende niet, en dus liet ik hem niet komen.
Je suis
voor de vrijheid van meningsuiting
wanneer het mij persoonlijk welgevallen is
maar ben vooral van de massahysterie, de verbondenheid die een ramp oproept, samen tegen een gemeenschappelijke vijand
eindelijk de verbroedering, samen op het plein, allen met een eigen gedachte
Je suis
had misschien wel ‘nous sommes’ moeten zijn
en dan niet alleen op een A-viertje op het plein
maar in het gedrag van alle dagen
wij zijn, vrij in onze gedachten
met elkaar, niet alleen op dat plein
maar nu, morgen, en over een jaar
Alleen dan krijgt Charlie een oprecht gezicht
al het andere is ondanks de vol gelopen pleinen
zo leeg als het maar zijn kan.

Optelsom - december 2014

Stel dat je op den duur
vooral als een optelsom der delen wordt gezien
van onvoldoendes of niet gepakte kansen
en dan, je bent nog pas een jaar of tien.
 
Je moeder is gaan geloven in de cijfermaatschappij
is even vergeten wie je bent
en ziet wellicht in jou de onvoldoendes van zichzelf
jouw falen waarin zij zichzelf herkent.
 
Ze heeft je nog maar eens laten onderzoeken
en spreekt over discrepantie van verbaal en performaal
met jouw gescoorde intelligentie
iets over onderpresteren, beter je best doen; een heel verhaal.
 
En dat je met wat dure lesjes na je schooldag
je slimmer wordt, kom je beter terecht
en ja mama heeft het beste met je voor
dat heeft ze toch al vaak genoeg gezegd?
 
Plots ben je dus de optelsom der delen
van de dingen die je op school zou moeten leren
op weg naar het groter doel des levens
waar je nu eenmaal hard voor moet studeren.
 
Sorry zet je voetbaltraining er maar even voor op zij,
of jouw kind zijn na deze schooltijd
klimmen in de bomen, even hangen en niets doen op de bank
weet je, zo zegt ze, daarvan krijg je later echt nog spijt.
 
De kansen die je ouders vroeger niet hebben gekregen
extra bijlessen om van zessen, achten te kunnen maken
die, lieve jongen, gaan ze jou ten koste van alles geven
om aan de startstreep niet achterop te geraken.
 
Heus, ze bedoelen het goed, 
al hebben ze niet begrepen voor dit moment
dat loslaten, vertrouwen in de juf en haar school
voor jou wellicht veel beter is, lieve vent.
 
Dat we school weer mogen zien
als moment van leren en vallen, opstaan, weer doorgaan
waarin jij jezelf, je leerstijlen, zelf leert te ontdekken
met jouw eigen pad, alle ruimte; voor jou vrij baan.
 
Lieve jongen vertel je moeder
dat het goed komt met je, welke wegen je ook zult bewandelen
zij zich geen zorgen hoeft te maken
en dat zij niet langer vertrouwen geeft aan hen die in angsten handelen.
 
Lieve ouders in bezorgdheid om die vermaledijde cijfers
denk nog eens terug aan die tijd van je zelf of van jouw klasgenoot
tijden zonder huiswerkklassen en onderzoeksrapporten
en de kansen die het leven jou desondanks bood.
 
Verwen je zoon nog eens met een ijsje
nadat hij zijn vijf of zesje heeft gescoord
van het geld dat je bespaarde 
en zet voorgoed al je angsten overboord.

December - de klas is mooi versierd  - december 2014 (over depressie in het gezin)

December de klas is mooi versierd
en straks gaan we lekker eten
de groen versierde boom met lichtjes
Juf, wil je mij dan alsjeblieft niet vergeten?
 
Juist nu voel ik mij erg alleen
met die blije gezichten en mooi geklede mensen
bij mij thuis is de sfeer heel anders
en zou ik gewoon wat blijheid willen wensen.
 
Mijn vader huilt zijn tranen
ziet geen doel meer in zijn leven
zijn somberheid stijgt tot grote hoogte
het hoofd teneergeslagen, zijn handen beven.
 
Aan mij zie je niets
er zijn er maar weinig die het weten
maar een depressieve papa thuis
dat gevoel juist nu, kan ik niet vergeten.
 
Als straks de liedjes klinken
ouders op het plein de kinderen komen halen
heb je dan heel even de tijd
om te luisteren naar mijn verhalen?
 
Gewoon om te laten zien dat je er van weet
je hoeft het slechts te horen meer niet
dat ik weet dat in de stilte van depressie,
er tenminste iemand is die mij ziet.
 
December de klas is mooi versierd
en straks gaan we lekker eten
de groen versierde boom met lichtjes
Juf, wil je mij dan alsjeblieft niet vergeten?

Een blij gesprek - november 2014 
‘Hoe gaat het me je,’ vraag ik in opperste staat van oprechtheid aan de jongen die tegenover mij zat.
Zijn antwoord is niet vanzelfsprekend optimistisch, daar ken ik hem te goed voor.
‘Het gaat goed met hem,’ zegt de jongen naast hem.
Ik lach, en zeg: weet jij alle antwoorden voor een ander?
‘Hij heeft gelijk’ zegt de jongen voor wie de vraag was bedoeld. ‘Hij is erg slim.’
We kabbelen wat voort, ik stel nog wat vragen en stel hem nog een vraag: ‘Weet je dan misschien ook of het met mij goed gaat?.’
‘Ja,’ zegt hij vol overtuiging en met net zoveel energie. ‘Het gaat heel erg goed met je!.’
Niet veel eerder dacht ik daar nog heel anders over, maar tegen zoveel enthousiasme en positieve energie kan ik niet op.
‘Het klopt, het gaat heel goed met me,’ antwoord ik hem.
En ik dacht: ik gun die gozer tegenover me nog heel vaak deze goede positieve vriend naast hem. (en ik nodig hem vaker op een lastige ochtend uit om mij te vertellen dat het goed met mij gaat).

Wees eerlijk en leef! - november 2014

Alsof het leven maar uit een kans bestaat
en dat wanneer je die kans hebt vergooit, verkloot,
verpest er niets meer over is,
je het voorgoed hebt verbruikt.
Alsof de eerlijkheid die je toonde
minder belangrijk is dan de kans die je hebt verkloot
omdat de mensen die over je oordeelden
voorgoed en eeuwig aan de veilige kant zijn gebleven.
Nee gozer, lieve meid leef,
laat los en pak én vergooi je kansen soms uit angst
dan weer uit vrijheid
maar heb geen spijt van dat wat je deed.
Zij die over jou oordelen het zegt zoveel meer over hen dan datgene wat jij hebt gedaan
weet dat de kansen die je van mij krijgt nooit zijn uitgeput
na de derde, volgt de vierde, een vijfde en zo voort.
Het leven, jouw leven, is een aaneenschakeling van gelukte en mislukte kansen
pak, grijp en grijp mis
wees eerlijk, en leef!

Een 'Cito - lezing' - november 2014

Dan ben ik er weer ingetrapt. Heb mij laten verleiden tot… Ja, tot wat eigenlijk? Een verhoogde hartslag?  Als iedere onderwijsavond in Driebergen beloofde het weer een avond van inspiratie te worden. Er was een voor ‘Nivoz-normen’ vreemde eend in het theater aangekondigd: Jan Wiegers, lid van de Raad van Bestuur van Cito.
Ik zou nu kunnen schrijven over het oorspronkelijke bestaansrecht van de Cito-eindtoets: voor de advisering voor het Voortgezet Onderwijs. Nu dit met de verschuiving van de eindtoets als reden niet meer relevant is, wat zou de relevantie dan nog zijn, en hoe past de Cito zich daar op aan? Mijnheer Wiegers beantwoordde die vraag gisteravond niet, dus waag ik er mij er ook maar niet aan.
Of, zoals de altijd erudiete Luc Stevens stelde: zou Cito niet meer in de preventieve sfeer moeten doen over het gebruik van de Cito?
Welke reactie JanWiegers hier ook op gaf, niets wat daar op leek. Behalve dan dat hij zei dat er een toelichting bij de toetsen zit.
En hoe zit het dan met de relatie tussen Squla en Cito? Het oefenen voor de toets?
Ontzettend handig wist hij deze vraag te pareren. Als daar al sprake van zou zijn, dan wist hij er niets van. Hij nodigde de vragensteller – ikzelf dus – uit om hem de artikelen toe te sturen. Via twitter kreeg ik de artikelen al direct opgestuurd. Na afloop wist de schrijver ervan mij te vertellen dat hij deze discussie al op het hoofdbureau van Cito had aangezwengeld. Maar nergens een verantwoording had ontvangen.
Ik probeerde het na afloop nog eens met een nieuwe vraag aan de heer Wiegers. Ach… wat een naïviteit van mij.
De heer Wiegers toonde in een van zijn dia’s de ambitie van Cito:
1. Wereldwijd toonaangevend
2. Leidend in Europa
3. Gewaardeerd om ons werk
4. Innovatie voor gebruik in de klas
5. Onafhankelijk zijn en blijven.
6. Objectief, betrouwbaar, kwaliteit.
foto3Ik zocht naar het woord ‘kind’ en ‘leerling’, of ‘leerkracht’. En verbaasde mij over de volgorde. Twitter brengt soms de mooie dingen naar boven. Mij werd geadviseerd een handstand te maken en het lijstje dan nog eens te lezen. Dat maakt inderdaad al een verschil.
Met mij probeerden een aantal mensen uit het publiek en Luc Stevens het gesprek aan te gaan, maar Jan Wiegers omzeilde iedere vraag, liet de verantwoording aan het veld, nam geen verantwoordelijkheid voor iedere maatschappelijke discussie.  Zou hij dat moeten doen? Ik weet het niet, het is zijn keuze.
Is de autofabrikant verantwoordelijk voor het gebruik van de auto, voor de ongelukken die er mee worden veroorzaakt, het milieu?
De maker van de Cito voor het misbruik van de gegevens door het onderwijs, media, besturen, overheid?
Ik heb het oprecht geprobeerd: een kans gegeven, de mooie dingen willen horen. Maar er zat nog zoveel in waarover ik vragen had, maar er was geen gesprek, er was geen echt antwoord op de vragen.
Wat bleef was mijn vaststelling dat ik er weer in was getrapt.
Waarom zou hij de kritiek tot zich nemen, de verbinding van Squla met Cito erkennen, en daarbij ook nog eens bevestigen dat Squla onderdeel is van RTL. Ja de partij die de lijstjes maakt. Die lijstjes waarvan hij zelf zegt: dat moeten we niet willen.
Hoe valt dat nog te rijmen, in het ‘hol van de leeuw’, zoals hij het zelf ook wel beschouwde?
Ik trapte er weer in, mij opwinden over mensen op het podium die iets met onderwijs zeggen/lijken te hebben. Maar daarnaast ook iets te hebben verkopen.
Ik had er natuurlijk ook in kunnen berusten, de waarde van Cito in ons eigen systeem kunnen waarderen (ja heus, die zie en erken ik), en mijn hartslag in een gezond ritme kunnen laten kloppen.
Mijn eigen keuzes maken, mijn eigen verantwoordelijkheid kunnen nemen. En dit optreden van iemand van het bestuur als pure politieke en bestuurlijke werkelijkheid te zien.
Dat had ik kunnen doen, er niet intrappen.
Had kunnen doen.
Met mijn 550 Cito-eindscore ( en aansluitende totaal mislukte vervolg onderwijscarriere) had ik beter moeten weten.
Ik leer het ook nooit.
Dat (onderwijs) hart, het klopte weer als vanouds.

Het slechten van muren - november 2014

Meer dan ooit hoorde ik over de val van de muur.
De muur in de laatste dagen van het totaal failliete systeem in Oost Berlijn.
De leiders hielden de bewoners al langer voor de gek, en zichzelf.
Verknalde met hun van doping volgespoten sporters, alle eerlijkheid in de strijd.
Stalen de kunst uit hun eigen huizen, verkochten het aan het westen en zo hielden zij de prijzen laag in eigen land.
Dat door hen verfoeide westen, als broodheer voor hun eigen communisme.
De val van de muur deed veel veranderen.
Alle schijn viel weg, mensen vielen elkaar in de armen.
De Trabanten sloten in de file aan bij de Mercedes Benz.
En nu, alleen de oude van dagen, leven nog hun leven uit hun Oost Duitse tijden.
Gewend te leven waarin zij zijn opgegroeid, alleen dat krijgt hun vertrouwen.
Wij sloopten de muren, 25 jaar later, van onze klaslokalen.
De muren uit een failliet klassikaal systeem uit vervlogen tijden.
De leiders houden de leerlingen en hun ouders al langer voor de gek.
Verschuilen zich achter de Cito-toetsen die zo nietszeggend zijn over het latere geluk van de kinderen.
Niets vertellen over de vaardigheden, leerkrachten opgesloten in systemen, als productiemachines
in vroeger tijden waarin het systeem is ontworpen.
Het slopen van de muren van het klaslokaal deed veel veranderen, alles.
Leerkrachten werkend in samenhang, in gesprek met elkaar.
Bevlogenheid, passie voor het vak, delen, elkaar voedend.
Kwetsbaarheden niet meer verstopt achter dichte deuren.
Talenten gedeeld, nieuwe mogelijkheden gecreëerd.
En nu, nu leerkrachten en kinderen, nooit meer anders willen.
Ondanks of dankzij, het harde werken, geloven in nieuwe systemen
Passend zo veel beter bij wie de kinderen zijn en wie zij kunnen worden
Schuifelen alleen nog de (spreekwoordelijke) oude van dagen onwennig door de open ruimten.
Gewend aan datgene waarmee ze zijn opgegroeid, het klaslokaal.
Alsof dat zaligmakend was, in vervlogen tijden.
En ik geloof in het slechten van de muren.
De muren van de zorg, de muren rondom de geldverslindende bestuurslagen.
Muren rondom bankgebouwen, financiële systemen waar niemand meer toegang toe heeft.
Muren die de mensen in vakjes delen, in goed en fout.
De muur zoals in Duitsland en Israel een schijnzekerheid geeft
Dat geen recht doet aan zij die achter die muren leven.
Mensen kansen ontneemt, gelijkwaardigheid in de weg staat.
Wij zijn alvast begonnen, de muren zijn geslecht.
In failliete systemen brengt dat het beste teweeg.


De passie voor het leven - een nieuw schoolvak - november 2014

Leren te leven voor de passie voor het leven, het geluk ervaren, het ongeluk omarmen.
In onzekerheden altijd nog de zekerheid van jezelf hebben, jezelf te kunnen aankijken om te weten dat het waard is om te zijn wie je bent.
Je weg te durven volgen, ondanks de mening van de anderen.
Als kind leren om volmondig ja of volmondig nee te kunnen zeggen, maar ook die tussenweg te accepteren in tijden van onzekerheid en twijfel. Het is oké.
De passie voor het leven, om eerst van jezelf te houden, voordat je van de ander houdt.
Dat vak, die passie voor het leven. Geleerd door mensen die voor de klas staan die die weg al zijn gegaan.
Die het vak beheersen om zich sterk en vol zelfvertrouwen op te stellen, maar ook hun kwetsbaarheid te tonen, als in het leven zelf. Als voorbeeld voor de kinderen.
De kinderen uit te dagen iets van zichzelf te laten zien, aan zichzelf, aan de anderen.
De passie voor het leven te voelen, te ervaren, om niet meer los te laten.
Of in ieder geval te weten dat je het in je hebt, ook en juist in bange tijden.


Het zout der aarde - oktober 2014 
De juf die zich afvraagt ‘wat heeft dit kind nodig’, stelt zich namelijk ook de vraag ‘Wat heeft deze ouder nodig?’
Deze juf gaat voortdurend op zoek naar de oplossingen bij zichzelf. Zij maakt daarover afspraken met kind en ouder, en legt zich niet neer bij het label dat er is geplakt.
Zij haalt haar gelijk niet en is niet uit het veld geslagen door externe omstandigheden, maar zoekt gedreven door.
Zij durft van gebaande paden af te wijken, omdat ze weet dat dit kind niet tot zijn recht komt bij het gebaande pad.
Zij laat zich niet afleiden door inspectie of directeur, maar weet waar over ze praat.
Zij wacht niet af, maar neemt het initiatief om met de ouder, de deskundige bij uitstek, te praten over het beste voor dit kind in deze situatie.
Deze juf maakt zich vrij van dagelijkse beslommeringen, en haalt het beste uit het kind naar boven.
Zij weet dat het gemakkelijk is om van de ‘geliefde te houden’, maar dat het haar taak is om van de ‘ongeliefde te houden’. Het kind, de ouders.
Zij weet wat het is om ‘eerst te begrijpen’ en dan pas ‘begrepen te worden’.
Deze juf heeft een prachtvak, want zij bereikt grote hoogtes.
Over deze juf wordt jaren later nog gesproken als: zij heeft mij gevormd. Zij heeft mijn ogen doen openen, zij was er voor mij.
Deze juf moet, zolang zij niet wordt omringd met gelijkgestemde collega’s, snoeihard werken om de pleisters te plakken, het vertrouwen te herstellen van kind en ouder.
Iedere ouder weet van zijn eigen jeugd en van zijn kind, welke juf hier wordt bedoeld.
Ze zijn er, en ze mogen worden geeerd.
Ze zijn, ‘het zout der aarde’.
Wanneer je het tegenovergestelde ervaart, weet je van welk levensbelang dit ‘zout der aarde’ i

Vragen en wedervragen - oktober 2014 

Is jullie onderwijs wel efficiënt?’
Ik stel een wedervraag: ’Dan moeten we eerst vaststellen wat we onder efficiënt onderwijs verstaan.’
’Op welke wijze sanctioneren jullie de kinderen?’
Ik stel de vraag terug; ’Wat zal de reden moeten zijn om ze te sanctioneren?’ 
’Wanneer kinderen het werk niet af hebben, krijgen zij het dan mee naar huis?’
Ik stel geen vraag meer terug, maar bevind mij in een cultuurshock, zoals de vragenstellers zich er ook in begeven.
Dit gesprek gaat, zoals zoveel gesprekken met zoveel andere ontvangende teams over onderwijs. Botsende culturen, waarin een spervuur aan vragen op mij afkomt. Dit is waar het ons ook om te doen is; kennis en visie met elkaar te delen.
’Wanneer lopen er kinderen weg, en zijn jullie daar niet bang voor?’ 
En weer die vraag: ’Welke straf krijgen de kinderen daarvoor?’
Ik probeer hen er op te wijzen dat het gedrag van het weglopende kind ergens zijn oorsprong heeft, en dat er geen kind echt kwijtgeraakt wilt worden, dat het weglopen een signaal is dat er iets niet deugt, en dat we het daar over moeten hebben. Niet dat het kind niet deugt, maar dat het kind ondersteuning nodig heeft, een hulpvraag heeft, misschien wel schreeuwt om hulp. Daar is geen straf voor nodig.
We lopen het terrein over, het plein is leeg, op een jongetje na. Hij draait rondjes aan de schommel, het is net pauze geweest. Ik zie hem wel maar merk hem eigenlijk niet eens op. Een van de bezoekers vraagt aan mij wat hij aan het doen is. Zonder te vragen weet ik het antwoord, maar voor de zekerheid stel ik de vraag aan het jongetje. ’Dit is mijn bijkomplek, daar mocht ik heen van mijn medewerker.’ De bezoekers kijken verbaasd, geen sanctie, geen plek op de gang, maar een plek om even het volle hoofd te ontluchten – zonder toezicht – om straks weer aan het werk te kunnen gaan.
En dan; ’Die pengreep van de kinderen, komt dat later nog goed? Wanneer kinderen met minder toezicht hun schrijfwerk doen, dan is er geen controle en zicht op? De kinderen die een boek lezen, tenminste zouden moeten lezen, ik zag ze lol hebben met elkaar, er is in die vijf minuten geen woord gelezen. Hoe wordt die tijd weer ingehaald? Het samenwerken was gezellig, maar niet efficiënt, dat nam ik waar bij een aantal leerlingen.’
De bezoekers zijn enigszins in verwarring, en stellen hun vragen aan mij.  Ik wil ze niet op andere gedachten brengen dan wat ze hebben gezien. Het is namelijk wat je er in wilt zien.
Ik probeer ze wel een aantal tegenvragen te stellen. Over waar de kinderen van leren, wat nu onderwijs is, of hoe zelfstandigheid naar onze mening in elkaar steekt. Of plezier met elkaar hebben ook een vorm van leren is, en of het gezellig hebben op school je leren zou kunnen bevorderen? Of eigen verantwoordelijkheid krijgen, hoe dat zal kunnen bijdragen in hun verdere leven. Een vorm van onafhankelijkheid, binnen de door de ons gegeven structuur?
En ik ze stel ze de vraag waar de vijf uur schrijfonderwijs van groep 3 tot en met 7 die kinderen ontvangen uiteindelijk toe leidt? Ik vertel ze hun mijn ervaring van mijn eigen twee kinderen, zij hebben dat onderwijs genoten, maar amper twee jaar na de basisschool kan ik hun handschrift nauwelijks meer ontcijferen, en dat van mijzelf evenmin. Een onderzoek naar puberhandschriften in relatie tot het genoten onderwijs zou interessante resultaten kunnen opleveren.
En in al mijn antwoorden en mijn tegenvragen laat ik de ruimte open dat ik het ook niet zeker weet. Dat ook ik nog steeds zoekende ben naar wat nu waar is, wat goed is.
Deze groep docenten stak in op efficiënt onderwijs, stelde vast dat zij zelf hoge doelen nastreefden, veel presteren, onder hoge druk, met veel huiswerk, vanaf groep 3. Dat een ruzie tijdens de pauze zoveel tijd zou krijgen om uitgesproken te worden zou bij hen stress opleveren om de lesstof van dat moment wel af te krijgen.
Stress ja, dat hadden ze niet ervaren vandaag. Het is wat ik veel terughoor van bezoekende leerkrachten.
‘Ik heb kinderen met plezier in school gezien, en ik heb geen stress ervaren bij de leerkrachten.  Er was plezier in leren, het is een heerlijke sfeer.’
Ik stel ze nog een vraag, of eigenlijk meer een wetenswaardigheid. Die van de hoogopgeleide latere dictators, oorlogsmisdadigers, terroristen. Misschien wel met een goede pengreep.
Maar is dat nu wat de wereld nodig heeft?
Efficiënt onderwijs in de smalle betekenis van het woord?
Geen tijd om voor elkaar te zorgen, aandacht aan elkaar te geven, ruimte om te kunnen zijn wie je bent.?
Een school die er toe bijdraagt dat de faalangst ontstaat of groter wordt?
Of kunnen we het tegendeel bewijzen, het bovenstaande in het positieve draaien en een tegenbeweging maken tegen de stressvolle samenleving waar efficiëntie een bijzondere betekenis heeft gekregen?
Dan toch nog die slotvraag: ’Of onze onderwijsresultaten goed zijn, en wat de inspectie er van vindt.’ Ik kan ze met gerust hart antwoorden: de resultaten zijn goed, en de inspectie is zeer tevreden.
werkplaatsDe groep verlaat na een bijzondere dag onze school, een aantal van hen nog zichtbaar in verwarring van hetgeen ze hebben gezien. Ik blijf achter, met minstens zoveel vragen als er in hun hoofd afspelen, eveneens onder de indruk. Nog steeds op zoek naar mijn eigen waarheden. Een waarheid waarvan ik weet dat die niet bestaat, zolang als dat ik dit werk zal doen. Al bevalt de waarheid waarin ik mij in mijn huidige omgeving  begeef mij zeer wel.
Morgen, zonder bezoek aan de school, dan ga ik weer op zoek naar mijn eigen nieuwe vragen en antwoorden. En dat – voortdurend op zoek –  is misschien wel mijn waarheid van onderwijs.

Geniet - oktober 2014

Artikeltjes die via social media tot mij zijn gekomen en beide de sfeer uitstralen: het was niets, het is niets en het zal niets worden.
Aanleiding: de publicatie van een boek van een oud (en nieuw) verslaggever die een periode heeft gedacht meester te willen zijn.
Dat is niet gelukt, en dat is jammer voor hem.
En voor zover ik las, misschien ook wel voor al die kinderen. Een meester is sowieso al zeldzaam geworden in het basisonderwijs.
 
Het is een ongelooflijke negatieve teneur die met gemak kan worden opgeroepen. 
Druk op de juiste knop bij de leerkracht en er zijn genoeg redenen om in het geweeklaag mee te gaan.
Ik denk overigens dat het onderwijs daar geen uitzondering in is. 
Doe dit bij de verpleegkundige, de arts, in de bouwwereld, bij de politie. Waar niet?
Vreemd genoeg krijgen berichten met betrekking tot het onderwijs veel aandacht. Jammer en tendentieus.
 
Met hetzelfde gemak zou er namelijk op een andere knop gedrukt kunnen worden.
Over het ongelooflijke plezier dat je in het onderwijs beleeft om dagelijks met kinderen te werken.
Zelf de regie te kunnen voeren, je te verwonderen, je verdrieten over de verhalen van de kinderen.
In welk vak beleef je zo veel moois, zoveel waarachtigheid als in het onderwijs.
Waar kan je niet alleen het kind, maar ook de ouders een duwtje in de goede richting geven?
Waar kom je met zoveel voldoening terug na een lange dag werken? 
 
Ik wil er maar mee zeggen: het is maar op welke knop je drukt om het verhaal te horen.
En wanneer het even moeilijk is om deze positieve knop te vinden dan heb je niets aan het verhaal van de negativiteit.
Het is slechts de vraag stellen: waar kan de druk van mij afschudden, en welke heb ik mij zelf opgelegd.
Waar was het ook al weer om begonnen, mijn passie, waar kan ik het vuur weer ontsteken dat blijkbaar is gedoofd.
Het onderwijs zit vol prachtige mensen die je daar bij kunnen helpen, je collega’s, je schoolleider, je bestuur.
En als ook die je niet verder kunnen helpen, tja dan heb je inderdaad nog steeds zelf de keuze. 
 
Al is de keuze om te genieten van al het moois in het onderwijs, dagelijks voor het oprapen ligt. 
Echt waar. Durf te kijken en schud de druk van je af. En geniet. De kinderen verdienen het (en jij natuurlijk ook)!

Transitie - oktober 2014

Je kent het wel, zo’n periode waarin alle feestjes tegelijkertijd vallen. Te leuk om af te zeggen, te druk om alles te bezoeken, en toch doe je het. Ik bezocht – met mijn onderwijshart –  in amper een paar weken tijd een aantal feestjes.*
Wat hebben ze met elkaar gemeen? De urgentie van verandering. In een veranderende maatschappij, is een verandering van het onderwijs noodzakelijk. Het kan anders, het moet anders. Voor de kinderen, voor de leerkrachten, en voor een betere wereld.
 
Vaak hoorde ik: ‘Wij zien het, maar nu de rest van het onderwijsveld nog.’
Het valt op dat een aantal dit dus over elkaar zeggen: ‘Wij wel, maar zij nog niet.’ Nog een overeenkomst: ‘We bestaan, maar wat is ons bestaansrecht?‘ Of: ‘We gaan ons bestaansrecht bevestigen, maar weten nog niet hoe.’ Ook hoorde ik: ‘We weten ook al hoe, en dat zullen we laten merken ook. Duizend dagen na nu kan niemand meer om ons heen.’
Honderden mensen vertegenwoordigen nog eens honderden – misschien wel duizenden – onderwijzers in het PO en VO. Allen met hun eigen beelden over hoe het nu gaat, en hoe het zou moeten zijn. Wij tegen de boze buitenwereld, is soms de stemming. 
Ik beleef, ik kijk, ik luister, ik verwonder, raak geïnspireerd, wordt geraakt en wind mij op. 
Mij opwinden doe ik bij de beelden die er zijn, over het niet veranderingsgezindheid zijn. Over paradigma’s van de niet willende leerkracht. 
Paradigma’s die overigens opvallend veel worden uitgesproken door mensen die zelf niet in het onderwijs werkzaam zijn, maar nu wel de verandering teweeg willen brengen. 
 
Ik geloof er niet in.
 
Honderden mensen vertegenwoordigen duizenden mensen in het onderwijs. Honderden zijn in beweging, vragen zich continu af: Doet wat wij doen op onze scholen er toe? Nu en later? Tientallen scholen heb ik reeds ontvangen, traditionele scholen wiens onderwijshart gaat kloppen bij het zien van de keuzes die wij hebben durven maken. 
Een onderwijshart dat nooit verdwijnt, slechts weer even aangestoken moet worden.
Een onderwijshart dat verstopt is achter de regels en de procedures. Achter de verstikkende angstcultuur.  Ik toon ze dat dit anders kan, met een dosis eigenwijzigheid en eigenzinnigheid, maar altijd met het waarom van het handelen voorop. 
 
Sommige organisaties willen een transitie (het meest gehoorde woord in een aantal van deze bijeenkomsten), maar ik denk: deze transitie is volop bezig. 
 
De congreszalen vullen zich, de gesprekken zetten zich voort. Tussen onderwijzers, bestuurders, beleidsmakers, adviseurs… Ik beleef, ik kijk, ik luister, ik verwonder, raak geïnspireerd, wordt geraakt en wind mij op.
Maar boven alles: ik raak volop geïnspireerd door de lezingen waarbij de verandering plaats vindt door inspiratie, zonder transitiepaden, maar door mensen in het onderwijshart te raken. En: ik zet de schooldeur open, om te ontmoeten, mensen kennis te laten maken met daar waar het in de huidige tijd om draait: leren vertrouwen, de angst voorbij.
Vertrouwen in het kind. Vertrouwen in de leerkracht. Vertrouwen in de directie. Vertrouwen door alle lagen heen. 
Dat is mijn streven, dat is waar we mee werken. En dat gaat vaak goed, dat is mooi en dat is hartverwarmend.  Daar kan geen congres en transitiepad tegen op.
Jeroen Goes is schoolleider op De Werkplaats in Bilthoven en maakt deel uit van het Bloggerscollectief van hetkind.
 
* Deze ‘feestjes’ liep ik de afgelopen tijd af:
– De Onderwijsavond van Luc Stevens bij hetkind (circa 200 aanwezigen)
– De conferentie: ‘Leider zijn in het onderwijs, wie ben je en waar sta je voor’ (hetkind/nivoz) (150 deelnemers)
– De spraakmakende onderwijsdocumentaire Alphabet (zalen vol)
– De startbijeenkomst van United4education (120 aanwezigen)
– Een daglezing van schrijfster en consultant Margaret Wheatly (150 aanwezigen)
– Een netwerkbijeenkomst georganiseerd door Jan Jutten en Arsene Francot van NatuurlijkLeren / Boeiend onderwijs.(circa 20 schoolbesturen) 

Ach school - roltrap naar de maan - oktober 2014

Maandagochtend, de klas is stil.
de juf wil meten wat ik weet
en ook de mijnheer van de methode
maar ik ben zo bang dat ik alles vergeet.
Mijn vriendje naast me, hij niet
snel en slim, hij gaat maar door
en als ik het eerste antwoord schrijf
loopt hij al een bladzijde voor.
Kijk daar pakt hij nu zijn stripboek
klaar is hij nu al weer
ik ben nog steeds de antwoorden zoek
en vraag me af wat ik hier van leer
Had mij nu maar laten zingen
had dat nu maar getoetst
Al die andere belangrijke dingen
Heus, ik had geweten hoe dat moest.
Maar nee, de juf die toetst,
haar boek heeft haar dat gezegd
en laat mij steeds weer voelen
dat ik niets begrijp van wat zij heeft uitgelegd.
Ooit als ik later groot ben,
groot genoeg voor directeur
laat ik de kinderen genieten
en houd ik op met het toetsgezeur.
dan maak ik de dingen groter
waar de kinderen goed in zijn
en alles wat zij nog te moeilijk vinden
dat toets ik niet, bij mij is leren fijn.
Leren zonder wedstrijd,
iedereen is goed
niet steeds te ervaren
dat school vooral vindt dat alles moet
Maandagochtend, de klas is stil
mijn denken is al niet meer aan
is dit nu wat de juf van mij wil?
ach school, ach toets, ‘roltrap’ toch naar de maan.

Moed en moet - september 2014

‘Moet?’ vroeg de ene man aan de andere.
‘Nee moed, moedig, dat wat jij doet vergt moed.’
Ze kenden elkaar goed genoeg om dit soort woorden te gebruiken.
Goed genoeg om te weten dat het leven bestond uit druk zijn, de lijntjes te verbinden met elkaar. Meer doen dan mogelijk was, en dan nog een beetje meer zelfs dan dat.
Dat deelden ze, een levenselixer, hemelbestormers op kleine schaal.
En nu, nu zij de plannen voor het jaar met elkaar deelden, liet hij hem weten: niets. De bezigheden van mij afgeschud, geen nieuwe zaken opgepakt.
De stilte en bezinning opgezocht, rust in het handelen, even niets.
‘Lekker’ zei een derde, dat is mooi.
Nee, zei hij, die rust is onrust, dat is niet lekker, dat is chaos in het hoofd.
Moed zei de man, die zichzelf in het verhaal herkende. Moedig man, dat niets doen, is niet niets.

Tactvol handelen - juni 2014

Max van Manen nam mij in een enthousiast betoog mee naar alles wat er in het onderwijs toe doet. In een ongekende overgave en met zijn schier oneindige anekdotes en verhalen toonde hij het beste voorbeeld van een onderwijzer die er toe doet, die het verschil weet te maken. Een onderwijzer die zich kwetsbaar durft op te stellen, een voorbeeld is. Een onderwijzer die zijn eigen verhalen schrijft om te kunnen lezen waar hij het verschil had kunnen maken of heeft gemaakt. Een onderwijzer die de aansluiting maakt met zijn toehoorders. In dit geval een volle theaterzaal (bijna 300 mensen) op landgoed De Horst.
Maar een leraar is vooral iemand die, zoals Luc Stevens in zijn afsluiting benadrukte, kan inspireren. ‘Want leerlingen komen namelijk niet voor jou om kennis op te doen, om te horen hoeveel iemand weet. Nee, ze zijn er om geïnspireerd te raken. Om vanuit inspiratie te groeien en meer te weten te komen van zichzelf, de ander en de wereld.’
Van Manen is een hoogleraar die zich vanaf de jaren zestig heeft verdiept in de fenomenologische pedagogiek. In een tijd waarin er in Canada en Noord Amerika meesmuilend werd geschreven over dit begrip en de uitwerking daarvan in Europa. In zijn nieuwe thuisland – Van Manen emigreerde in 1967 naar Canada – is daarin door zijn werk en toedoen verandering gekomen. Ook door de boeken die hij heeft geschreven weet hij inmiddels in vele landen veel onderwijzers en opvoeders te inspireren.
Door een lezing te geven over pedagogisch tact zet van Manen zich aan tot het schier onmogelijke: in woorden vatten wat niet in woorden te vatten is. ’Het tact is iets wat je ervaart wat niet te vatten is, wat je niet weet.’ Zo vatte hij het zelf deze avond samen. Of met weer andere woorden: ’Niets is zo onopgemerkt als dat wat vanzelfsprekend is.’
In deze volzinnen zit mijn waarheid van de avond besloten. Tijdens de korte pauze – na bijna twee uur te hebben geluisterd – zocht ik met een aantal andere toehoorders naar de juistheid van het pedagogisch handelen. Waar de een veronderstelde dat dit toch wel ergens beschreven zou moeten staan, konden we in de lijn van Van Manen vaststellen dat dit niet te beschrijven is. Het pedagogische tact is afhankelijk van de persoon, het individu, de situatie, het moment. Daar zijn kaders voor te geven, maar niet meer dan dat.
Het juiste pedagogisch tact ligt in het moment ingesloten; ’Ieder moment van onderwijzen is afhankelijk van jouw handelen.’ Juist het volledige besef daarvan, maakt het verschil.  Het besef dat tact voortkomt uit het geraakt zijn door de ander, ‘being in touch‘. Tact betekent letterlijk in contact staan. ‘Con’ staat immers voor het vergroten, vermeerderen. Dus het vergroten van tact: con-tact.
‘Tact heeft zijn eigen vorm van kennis. Tact heeft te maken met wie je bent, en wie je wilt zijn.
Tact betekent dat je in con-tact bent met een kind.’
In het aanstekelijke enthousiasme van Van Manen – die in zijn lezing op een natuurlijke wijze, zonder dat hij er erg in had, wisselde tussen de Nederlandse en Engelse taal – , kwam zijn overtuigingskracht naar voren. In onderzoek liet hij studenten optekenen waar de leerkracht het (positieve of het negatieve) verschil had gemaakt. Het ligt onder meer besloten in het handelen van een docent, meer specifiek het kleine duwtje dat hij in staat is te geven. En bij de pedagogische opmerkzaamheid die daarvoor nodig is, in hoe hij dat duwtje op de juiste wijze, in de goede richting weet te geven. Het Engelse begrip nudging is daarbij meer omvattend:: She nudges the student in the right direction by saying just the right thing.
Max van Manen was na twee uur nog lang niet uitgesproken. Hij boeide, wist de relatie aan te gaan met zijn publiek en was daardoor inspirerend. Luc Stevens – tijdgenoot van Van Manen en zelf ook opgegroeid met de Utrechtse School en met pedagoog Martinus Langeveld als groot inspirator – benadrukte nog eens de essentie van de lezing. Bij mij zelf zingen de woorden van Van Manen nog in mijn hoofd rond als ik – eenmaal thuis, als de nacht aanbreekt – het boek erbij pak. Dan krijgen de verhalen nog eens extra betekenis. ‘Weten wat te doen, wanneer je niet weet wat te doen’ schreeuwt om gelezen te worden. Mij valt een aanbeveling op van Gert Biesta – de vorige spreker in Driebergen, op de achterzijde: ‘Een hartstochtelijk pleidooi voor de noodzaak van pedagogisch kijken, spreken, denken en handelen. Met diepgang en oog voor de complexiteit van opvoeding en onderwijs’.
Aan hartstocht ontbrak het bij Van Manen zeker niet. En de noodzaak van een andere manier van kijken, spreken, denken en handelen, ervaar ik dagelijks in mijn onderwijspraktijk en het leven van alle dag. Laat deze inzichten en Van Manens werk tot verplichte kost worden voor iedere leraar in het basis- én in het voortgezet onderwijs!

Lieve onuitstaanbare goedwillende juf - juni 2014

Lieve, onuitstaanbare, goedwillende juf
Wanneer ik weer eens uit mijn dak ga,
gedrag vertoon dat zo onwenselijk is
brutaal ben, onuitstaanbaar
 
Wanneer je mij dan gaat vertellen wat er mis is met mij
Wat mijn doen en laten met jou doet
Weet dan dat ik je nog meer kwijt ben dan dat ik je al was
 
Vertel mij niet wat er niet aan mij deugt
Wat er mis is met mijn gedrag
Maar probeer mij te zien, naar mij te luisteren
 
Mijn gedrag kwam voort uit mijn eigen werkelijkheid
Geef mij de kans om mijn werkelijkheid aan jou te laten zien
Maak de aansluiting met mij, hoor mij, zie mij
 
Het is hulp die ik vraag, het is de noodzaak die ik voel
Mijn pijn, onbegrip, eenzaamheid of verdriet
Zo ogenschijnlijk onhandig geuit
 
Maar weet dat ik je nodig heb
en dat alleen jij voor mij het verschil kan maken
tussen een eeuwig gewonnen vertrouwen 
of het vergroten van mijn eigen ervaren ellende.

Ben je er?


‘Een school die zich alleen maar op leren richt verliest zijn bestaansrecht op den duur’ - mei 2014
 
In een spervuur aan mooie quotes en diepzinnige toelichtingen en onderbouwingen nam Gert Biesta ons mee in zijn pedagogische visie, of misschien wel meer: zijn wereldbeeld. Vele quotes inspireerden mij, maar specifiek werd ik vooral aan het denken gezet door de notie de school als veilige oefenplaats te zien.
De ouders laten het kind los, wanneer het als vierjarige naar onze scholen toe komt. De kleuterleerkrachten zijn er meesterlijk in om de jongsten een vrijplaats te geven om, onder hun hoede, in hun bijzijn, zich verder te ontwikkelen. Gretig als de kinderen zijn, omgeven in een rijke, kleurrijke leeromgeving. Puzzels, werken in de ruimte, dans, muziek, zingen, dichten, knutselen, verhalen. Spelen, veel spelen, rollebollen, lachen, vechten, huilen en weer op staan. Een oefenplek om groter te worden en te leren van de al oudere kleuters bij hen in de klas.
Dat was bij de kleuters, en hoe ziet de wereld er van een 6-jarige uit? Een veel gebruikte uitspraak: ‘Ze zijn toe aan groep 3.’ Het is interessant te weten wat daar onder verstaan wordt. Interesse in de letters en wonderlijke mogelijkheden van taal en inzichten in de getallen? Of te groot geworden voor de jongste kleuters, de puzzels in de kast van de kleuterklas?
Nog een laatste knuffel van de kleuterjuf, de rijke oefenplaats te verlaten, op naar de grote school (zoals dat in mijn tijd gewoon nog werd genoemd). Veel van de leerkrachten van groep 3 worstelen nogal eens met de vraag hoe zij de brug kunnen slaan van groep 2 naar groep 4. Van het spelend leren, naar het leren leren. Van puzzels naar tafels, van zingen naar begrijpend lezen. In sommige gevallen wordt dit opgelost door tot de herfstvakantie een poppen- of bouwhoek in de groep te plaatsen.
Nog even mag het 6-jarige kind ‘kind zijn’; na de herfstvakantie gaan we echt leren. Ongeacht de leeftijd (jongste of oudste) ongeacht de behoefte, vanaf daar geeft de juf de kaders voor het kind aan. En de knuffel van de juf van groep 2, tot wanneer wordt deze knuffel nog gegeven? Het protocol op sommige scholen schrijft voor dat dat niet mag, geen lichamelijk contact tussen juf en kind, niet op schoot nemen, zeker niet wanneer de juf een meester is.
Het pestprotocol geeft aan dat we ingrijpen wanneer er wordt gepest, het veiilgheidsprotocol zorgt er voor dat we zoveel mogelijk veiligheid bieden op allerlei terreinen aan onze leerlingen, alle gevaarlijke situaties gaan vermijden, hen het geplaveide schoolpad bieden. Het vallen en opstaan, het lachen en huilen als kleuter vervormt zich tot het leren waar veiligheid bovenaan staat.
De uitgeverij Malmberg speelde daar al eens mooi op in in ‘Veilig Leren Lezen’. Als de school een oefenplaats voor het volwassen mag zijn, en dat ben ik met Biesta eens, dan weet ik dat ik van de veiligheid niets heb geleerd en dat de wereld als volwassene allesbehalve veilig is. Ik leerde van mijn grootste fouten, ik ben geworden wie ik ben door de misstappen die ik heb begaan. Het vertrouwen geef ik aan mijn kinderen om hen hetzelfde te doen, in de wetenschap dat ik er altijd voor hen zal zijn. Hen te helpen te groeien, groter te worden, volwassen te worden, mens te zijn.
‘Een school die zich alleen nog maar op leren richt verliest zijn bestaansrecht op den duur’, is wat Biesta zegt. En het klopt, ik ben het met hem eens, laten we de kinderen laten oefenen in onze veilige haven, en geef hen daar voor de kans. Laat ons die situatie creëren, zonder dat we voortijdig ingrijpen en laat ons uit vertrouwen handelen. Onze scholen zijn er om te leren, in een hele ruime betekenis van dat woord.
De heer Biesta wordt bedankt voor zijn mooie inzichten in ons prachtige vak.


Een 'ontmoeting' met de Dalai lama - mei 2014

 
We all have the potential to create a happy atmosphere, a happy family.
The change of bringing more compassion does not come from the government, or the EU, it comes from  individuals.
We should create a compassionate atmosphere by ourselves.
And in our family, through them other families and more families.
Believe we have all the potential. 
 
(Dalai Lama op het het congres Education of the heart)
 
De Oegandese man op het podium verhaalde over zijn jeugdjaren, onder het angstaanjagende regime van dictator Amin. Het geluid van de vertrekkende congresgangers verstilde. Hier stond een man te spreken met een verhaal. Zijn emotie was tastbaar in de grote ruimte die daarvoor al door velen was gevuld met de verhalen van sprekers als Prof. Dr. Dan Siegel, Prof. dr. Rob van Tulder, Ian Gilber en Richard Gerver en natuurlijk His Holiness de Dalai Lama.
Het bezoek van de Dalai Lama is de aanleiding geweest voor de organisatie van het symposium Education of the heart. De zaal van de Erasmus Universiteit in Rotterdam was gevuld met 600 mensen die op enigerlei wijze gerelateerd zijn aan het onderwijs; van 8 jaar (een enkeling) tot 70 jaar. Een bezoek van deze spiritueel leider dat aanleiding gaf om de drie uitgangspunten voor het onderwijs in deze tijd nog eens uiteen te zetten.
Wholeness – waarbij de cognitieve vermogens aangevuld worden met de sociaal-emotioneel-spirituele en fysieke dimensies van de mens.
Relational – de nadruk op de waarde van relaties voor interactie tussen studenten en docenten en tussen school, ouders en de gemeenschap.
Responsibility – de houding van het nemen van verantwoordelijkheid voor het welzijn en het geluk van onszelf, onze omgeving en de wereld om ons heen.
In de keynotes van de sprekers ging de meeste aandacht uit naar de eerste twee genoemde uitgangspunten: Wholeness en Relational. Luisterend naar de verhalen en de voorbeelden kon ik mij nog nauwelijks voorstellen dat er mensen in deze zaal, of daar buiten, zouden zijn die het er niet mee eens zouden kunnen zijn. Onderwijs voor een ieder om te kunnen worden wie je uiteindelijk bent. Deze gedachte werd nog eens geïllustreerd door een aantal uitspraken bij de verschillende presentaties.
 ‘Ik wil als een persoon gezien worden niet als een testresultaat’ (de leerling)
 ‘De diversiteit van kinderen is in onze school belangrijk, we houden van de kinderen met heel ons hart’ (de schoolleider)
 ‘We zijn gelukkig’ (de student in antwoord op de vraag: hoe weet je of het werkt)
 ‘Wanneer je kan zijn wie je bent, dan ontstaat het vanzelf, onderwijs is niet zo ingewikkeld’ (de docent)
En over de verandering die in ons onderwijssysteem nodig is:
‘Er is een groot verschil tussen de wereld van het onderwijs en de wereld van de politiek. De politiek volgt, wij moeten het initiatief nemen’ (de professor)
‘Teachers should interact with their students. Take responsibility, start today, don’t wait for the system.’ (de auteur)
‘De complexiteit van de wereld en de problemen waar we mee te maken hebben wordt veel te ingewikkeld gemaakt, we verliezen het zicht waarover het eigenlijk gaat’ (de auteur)
’Teach your student as your familymember and take your full responsibility’ (de Dalai Lama)
Mooie oneliners, ik zou ze zo kunnen toepassen op mijn prachtige school. De school waar al negentig jaar de missie is om ieder kind te helpen worden wie het is. Om die missie te kunnen bewerkstelligen is de verbinding, de relatie met ieder kind een voorwaarde om te kunnen samenwerken. Ouders en kinderen weten dat, stellen zich kwetsbaar op, en onderschrijven de waarde daarvan.
En toch lijken we er in het onderwijs niet in te slagen om dit – breder dan bij een kleine groep scholen –  in het land veranderd te krijgen. Ondanks alle de wijze woorden die ook deze dag de zaal vulden. Ondanks de onbegrensde wijsheid van de Dalai Lama. Zijn woorden over compassie, relatie, verbinding, liefde en goedheid; je kunt er niet op tegen zijn.
Ik laat alle indrukken nog eens op mij inwerken, en herkauw de woorden die ik met mijn aanwezige bloggers hierover deelde nog eens en denk te weten waar het venijn zit.We kunnen niet meer spreken over onwetendheid, van 21th century skills heeft iedereen gehoord. Woorden als relatie, autonomie en verantwoordelijkheid zijn woorden die geland zouden kunnen zijn.
En toch, en toch.. het is de angst die lijkt te regeren. Luisterend naar wijze woorden van wijze mensen, hebben we alle vertrouwen in de mensheid, in het groeien van uit vertrouwen, vanuit de relatie. Maar houdt dat vertrouwen stand wanneer we in een crisis dreigen te raken? Welke reactie komt uit Den Haag wanneer ranglijstjes anders uitpakken, of rapporten ons anders doen geloven dan dat ons onderwijs deugt. Regelgeving is niet zelden het antwoord uit Den Haag.
Den Haag is echter niet het probleem, want, zoals Luc Stevens al vertelde; de politiek is volgend, wij zelf zijn het systeem. En wat doen wij, onderwijzers, wanneer iets fout dreigt te gaan? Hoeveel tijd besteden we daadwerkelijk aan de relatie met de kinderen, met de groep? Juist wanneer het fout gaat? In een goede verstandhouding en sfeer is het makkelijk investeren, maar wanneer het echt nodig is, durven we ook dan het vertrouwen te houden in de waarde van de relatie? En hoe zit het met de waarde van het andere principe, Wholeness?
Of zijn we geneigd om in crisis met straffen te dreigen, onze principes over boord te gooien en het machtsmiddel te gebruiken? En wat als wij als leerkrachten stand houden, vertrouwen houden in de drie uitgangspunten, maar onze ouders van onze leerlingen uit angst reageren? Wanneer een kind wordt gepest bijvoorbeeld, of wanneer een cognitieve achterstand (op wat?) lijkt op te treden?
In hoeverre blijken de wijze woorden, de uitgangspunten, nog steeds stand te kunnen houden bij de ouders? Of zeggen deze ouders dat de uitgangspunten mooi zijn, maar dat er ook grenzen moeten worden getrokken. Dat er actie moet komen, regels, afspraken.
Wanneer angst opdoemt lijkt het vertrouwen te verdwijnen. Het vertrouwen in de leerkracht, het vertrouwen in de waarde van de relatie, en de waarde van ieder individu.
Angst is het grootste gevaar op ontwikkeling, het scheidt ons af, maakt ons tot individuen die elkaar als bedreiging zien. Alles wat we niet met onze leerlingen willen bereiken.
Het vraagt moed van de scholen die de drie uitgangspunten blijvend in de praktijk willen brengen. Moed, vertrouwen en doorzettingsvermogen, naar jezelf en anderen toe.
De Oegandese man had aan het eind van de dag, de zaal weer stil gekregen. Pas op zijn 18e ging hij naar school, veilig genoeg op straat om te leren lezen, te leren schrijven. Docent na docent sloot, uit angst voor hun eigen leven, de deur voor hem. De vierde docent opende de deur, leerde hem leren. School maakte na al het oorlogsterreur in zijn jeugd van hem een human being.
Deze man had achttien jaar angst doorstaan om deze stap te kunnen zetten. Zijn dankbaarheid vulde de zaal. Na deze dag verklaarde de zeshonderd aanwezigen morgen het verschil te willen maken.
En ook ik zal steeds weer het vertrouwen hervinden om niet in de angst mee te worden meegenomen.
Wholeness – Relational – Responsibilty
Wij, onderwijzers en schoolleiders, maken het verschil, gisteren, vandaag, morgen.
Iedere morgen na vandaag.

Het ongeplaveide pad - mei 2013

Zo zijn er de ouders van het bovengemiddeld slimme kind. Niet gewoon slim, maar ‘hoogbegaafd slim’.
Het jonge kind heeft voortdurend honger naar meer kennis, en anders dan zijn slimme evenknie in de klas, is hij kieskeurig in de kennis die hem wordt aangeboden.
Hij slikt niet alles voor zoete koek, en neemt de kennis pas tot zich wanneer hij zelf het nut en de noodzaak daarvan inziet.
De ouder van het jonge kind ziet reikhalzend uit naar het moment dat de leerling op 4-jarige leeftijd naar school mag, maar komt snel van een koude kermis thuis.
De juf heeft weinig reden tot klagen, en wanneer de ouder de altijd moeilijke drempel van het gesprek met de juf heeft genomen om te vertellen dat het kind ‘honger heeft’, kijkt zij veelzeggend vragend terug? Jouw kind? Nooit iets van gemerkt!
De hoogbegaafde kleuter heeft zich aangepast, of nog erger laat gewenst gedrag zien en maakt onnodige foutjes in de veel te simpele kleuterwerkjes. De ondeskundige leerkracht ziet geen enkel nut in het aanpassen van het werk, zet de leerling in bij het helpen van zijn klasgenootjes; de ouder voelt zich ongehoord. En pas wanneer het thuisgedrag weer ernstige vormen begint aan te nemen zal hij weer het gesprek met de leerkracht aangaan: mijn kind heeft honger!
Zo verstrijken de jaren. Het hongerige kind, aangepast in het schoolsysteem, leest al een boek als hij naar groep 3 gaat, maar krijgt daar de eerste woordjes aangeboden.
Is geinteresseerd in zaken waar zijn klasgenoten nog nooit van hebben gehoord, heeft geen ruimte om gehoor te krijgen.
De ouders lopen ondertussen van het kastje naar de muur, totdat de school zich meldt dat de leerling ongewenst gedrag op het schoolplein vertoont.
De ouders halen de gesprekken van eerdere jaren nog eens aan, leggen de link tussen jarenlang gebrek aan uitdaging en noemen voorzichtig de optie om dan maar een klas over te slaan.
De school, zeer bereidwillend te luisteren, stelt voor dat ouders dit met een onderbouwd extern advies ondersteunen: kosten voor de ouders.
Pas na enig aandringen, en het ‘hogerop zoeken’ doorziet de school dat deze ‘leerproblematiek’  wellicht ook door school zou moeten worden onderzocht. (en dus door de school betaald)
De uitslag van het onderzoek laat weinig ruimte voor discussie over: hoog IQ, hoogbegaafd.
Compleet met handelingsadviezen voor de school wordt allengs besloten de leerling een groep over te laten slaan, van groep 4 naar groep 5 bevorderd. Een maatregel met korte termijn succes, zoals ook door de onderzoekster werd voorspeld. Deze voorspelling – van het korte termijn succes – werd echter vooral door de ouders onthouden. Niet in de laatste plaats door het terugkerende thuisgedrag en de negatieve schoolbeleving van hun kind.
Gesprekken volgden, kastje en muur werden weer geplaatst. Leerhiaten bleven (want ook deze zijn bekend bij hoogbegaafde leerlingen) en pas toen de alarmbellen weer duidelijk hoorbaar werden geluid waren alle oren weer gespitst.
De zinloosheid van het bestaan uitgesproken door een negenjarige wordt gelukkig ook door professionals serieus genomen. De ouder is tevreden over deze alertheid, maar toont zich geschrokken over de onwetendheid van de leerkracht. Onwetend van het drie jaar oude rapport, onwetend over de onderwijsbehoefte en zorgbeghoefte van een hoogbaafde leerling: ondersteuning, directe feedback, uitdaging, kaders stellen, het gesprek! Eigenlijk de behoefte van iedere leerling, maar zeker de behoefte (en noodzaak!) van de hoogbegaafde leerling.
En als het geluid van de alarmklokken is verstomd, blijft alles weer bij het oude.
De leerling – murw van de zoveelste loze belofte. De ouder – murw van zoveel onbegrip.
Beiden vragen ze zich af hoe de leerling zonder al te veel kleerscheuren deze basisschooltijd door kan komen.
Het verhaal van een hoogbegaafde leerling, zoals er zoveel zijn.  Helaas niet uniek voor deze ene leerling. In gesprekken met andere ouders blijkt dat hun verhaal vele overeenkomsten vertoont. Anderen hebben hun toevlucht gezocht tot het Leonardoponderwijs.
De hoogbegaafde leerling in het regulier onderwijs: het is een ongeplaveid pad.  Er is nog veel te leren, in dit geval door de professionals.

Wat wil je later worden? - april 2014

Wat wil je later worden? Het is de vraag die zijn zoon van 15 krijgt voorgelegd door zijn mentor. Immers deze vraag is relevant vanwege de profielkeuze die hij dient te maken voor de afronding van zijn middelbare school. ‘Maar het is de verkeerde vraag, op het verkeerde moment gesteld, stelt Jeroen Goes, schoolleider op De Werkplaats. Zijn blog n.a.v. een filmpje over de 13-jarige Logan LaPlante. ‘Hij leeft zijn leven als een untitled document.’
watImmers mijn 15-jarige zoon leeft zijn leven als een untitled document, zo heeft hij mij kunnen uitleggen. Het is als het openen van het word-document op je computer, een onbeschreven blad, zonder titel; het untitled document.
Deze beeldspraak spreekt hem aan. Aan als 15-jarige puber heeft hij vaak nog geen enkel idee welk beroep hij in de toekomst zou willen gaan uitoefenen. Sterk gewaar van de veranderende maatschappij weet hij mij te vertellen dat zijn toekomstige baan mogelijk nog niet zal bestaan.
En zo zijn er in het leven van mijn zoon al tenminste twee werelden ontstaan: de wereld van de school en zijn eigen wereld. (en zijn ouders, de ‘echte wereld’, de ‘wereld van angsten van zijn grootouders’, de wereld van… )
Het huidige systeem van zijn school past nog goed in de tijd waarin de toekomst zo veel meer voorspelbaar was: minder keuzemogelijkheden in vervolgopleidingen en een toekomst meer vastgelegd in de genen en de mogelijkheden die paste binnen de familietraditie. Niet zelden voor langere tijd vastgelegd in die ene maatschappelijke carrière.
Mijn zoon groeit op in een maatschappij waarin er weliswaar om vakmanschap wordt gevraagd, maar waarin vakmanschap zoveel meer inhoudt dan het inhield in vroegere tijden. In een tijd waarin vaardigheden als communiceren, samenwerking en creativiteit in iedere beroepsgroep van wezenlijk belang is en zal zijn.
Zijn puberbrein is op het moment van het maken van zijn profielkeuze met hele andere zaken bezig dan waar het schoolsysteem om vraagt. Het systeem laat geen ruimte voor ‘nader onderzoek’ en biedt nog nauwelijks ruimte voor training en reflectie in de vaardigheden die er toe doen.  Het systeem vraagt erom om vakken nu te laten vallen die mogelijk nog relevant zouden kunnen zijn. Het systeem zit nog vast in de 20e eeuw, met kinderen van de 21e eeuw.
Hij leeft zijn leven als een untitled document en vertrouwt op zijn vaardigheden, maar vraag hem nu niet wat hij zou willen worden. Hij zal, net als Logan in onderstaand filmpje, waarschijnlijk antwoorden: ik wil gelukkig zijn, zoals ik nu ben.
Gelukkig maar.

Alleen nu nog kan ik het verschil maken - voor alles dat nog komen gaat - april 2014

Het zou een veilige dorpsschool moeten zijn geweest, maar wat ik mij vooral herinner zijn de vechtpartijen op het plein en het meisje dat zogenaamd vergiftigd was. Als we haar hadden aangeraakt, moesten we onze handen wassen. Alleen met gekruiste vingers waren we beschermd.
De beelden uit die tijd zijn hartverscheurend, zelfs voor mij als niet-slachtoffer van dit drama. En geen meester of juf die daarop heeft ingegrepen. We waren rotjongens met z’n allen, straatschoffies en beschadigden andere kinderen, misschien wel voor de rest van hun leven.
De school stond goed bekend, en als goed Rooms Katholieke school werd er aandacht besteed aan sociale omgang volgens de oud Katholieke tuchtregels. Ook dat mocht blijkbaar niet baten, er werd gepest en gevochten, en de leerkrachten knepen een oogje dicht. Zelfs wanneer de invalide jongen woest met zijn krukken moest slaan om het treiteren te kunnen weerstaan.
Ach, het was een andere tijd, nu kan geen school er meer om heen om het onderwerp ‘pesten’ op de agenda te hebben staan. Er is veel veranderd, tenminste ik mag het hopen. En in reactie op een aantal verschrikkelijke incidenten helpt de politiek ons een handje door vanaf volgend schooljaar een pestprogramma verplicht te stellen.
excellenteOnlangs was ik nog getuige op een school van de wijze waarop een leerkracht op een ongehoord felle toon een kind terecht wees. Boos, woedend, scheldend, dwingend schreeuwend. Met plaatsvervangende schaamte probeerde ik mij te concentreren op de spreker die mij moest boeien. Ik zag geen directeur naar deze collega toe stappen. In mijn hoofd speelde er inmiddels vreselijke beelden af van een jongen met zijn gezicht naar het bord en een schreeuwende juf voor zich.
Het is een goede school, hij staat goed bekend, en het zou mij niets verbazen wanneer zij deelnemen aan een project als de vreedzame school, of dat zij misschien een ander evidence based pestprogramma op het lesprogramma hebben staan.
Twitter
Onlangs stuurde ik een bericht de twitter wereld rond: ‘Een school waar gepest wordt heeft geen ‘anti-pestprogramma’ nodig maar leerkrachten met pedagogisch tact. Dat is de kracht van #onderwijs!’ Van mijn bijna 11.000 verzonden twitterberichten is het de meest geretweette bericht geworden. Geretweet door onderwijzers die het met deze stelling eens zijn.
Het onderwijsvak is een vak, het vereist vakmanschap en het belangrijkste daarin is het vakmanschap van de pedagogische afstemming. Het vraagt om positiviteit en voorbeeldgedrag van de leerkracht voor de klas. Een schreeuwende juf hoeft er niet van te kijken wanneer hetzelfde gedrag op de speelplaats wordt vertoond. Daar helpt geen evidence based lesmethode tegen.
cover boek PT met garantPedagogisch tact is je niet opgejaagd voelen wanneer er een probleem van de pauze in de klas wordt besproken. De les kan wel even wachten, hier in dit gesprek worden dingen geleerd, dingen voor het leven. Het is de leerling apart durven nemen, even op een momentje buiten de groep om tijdens wat klusjes de juiste vragen durven stellen, een relatie op te bouwen. Het is het rapportgesprek voeren, niet met de ouders, maar met het kind. Het kind eigenaarschap geven en serieus nemen. Hij doet er toe, en de juf laat het merken. En pedagogisch tact is de groep te laten ervaren en te leren dat wanneer er 1 kind in de groep ongelukkig is, de hele groep ongelukkig zal zijn.
Wanneer het vakmanschap meesterlijk wordt uitgevoerd dan is dat vormend voor de leerling. Een noodzakelijke vorming, belangrijker dan wat dan ook. Meesterlijk vakmanschap van pedagogisch tact om veiligheid te creëren, om te kunnen worden wie je bent. Dat, daar zou iedere ouder en politiek Den Haag op moeten vertrouwen. Daar waar het niet wordt begrepen, is een methode slechts een hulpmiddel maar zal, evidenced based of niet, het voor de kinderen geen duurzaam effect hebben. Ook al lijkt men dat in Den Haag wel te denken.
En tja.. die kinderen van mijn school uit mijn jeugd, ik kan niet meer terugnemen, samen met mijn andere vechters om mij heen, wat ik ze heb aangedaan. Alleen nu nog kan ik het verschil maken, voor alles wat nog komen gaat.

Onderwijs jargon - maart 2014

Gemiddelde, zorgleerling, ontlasten, problemen… Terminologie die in de onderwijsjaren tachtig uit de allerbeste bedoelingen is ontstaan, om ieder kind tot zijn recht te laten komen. ‘Maar nu trek ik tegen het jargon ten strijde,’ schrijft Jeroen Goes, schoolleider op De Werkplaats in Bilthoven. Hij doet zijn best de begrippen uit zijn gedachten en zijn spreken te weren. ‘Om niet voortdurend een meetlat langs ieder kind te leggen, maar hen de aandacht te geven waarvan ze groeien en bloeien.’ 

 
Ergens in mijn bijna 20 jarige onderwijscarrière is er iets mis gegaan. Misschien wel in de eerste vijf jaar, waarin ik de opleiding voor coördinator leerlingzorg volgde. Leerlingzorg… zorg leerling, daar ging het mis in mijn denken. En bij de intrede van het ‘ziekenhuisdenken’ in het onderwijs. Wanneer wij konden aantonen dat er iets met een kind aan de hand was, extra zorg nodig was, ontvingen we extra geld en extra begeleiding. En voor de leerlingen met maar een beetje zorg kon de remedial teacher het probleem verhelpen, of mij tenminste ‘ontlasten’.
Het zijn tenenkrommende regels hierboven, met woorden als ‘last’, ‘zorg’ en ‘problemen’. Het was in die tijd ook nog dat de kinderen die boven het gemiddelde scoorden, nog niet tot de ‘zorg’ behoorden. Zij kregen hooguit extra aandacht, tenminste ik was daar wel toe geneigd en deed daar mijn best voor. Zonder extra externe hulp natuurlijk, het waren immers aandachtsleerlingen en geen zorgleerlingen.
En passent heb ik in de vorige alinea nog maar eens een vreselijk woord aan het eerder genoemde rijtje toegevoegd: gemiddelde. Op of onder het gemiddelde. Dat heeft lange tijd mijn denken en mijn handelen bepaald. De kinderen gereduceerd tot een score, afgemeten aan een norm. Zo werd ik dus lange tijd – door allerlei invloeden – gestimuleerd om op deze wijze naar mijn leerlingen te kijken. Terugblikkend ben ik nog enigszins tevreden over enige eigenzinnigheid die ik mij toen al – twintig jaar geleden – toeëigende.
En toch… gemiddelde, zorgleerling, ontlasten, problemen.
Het leidde veel te veel mijn aandacht af; van waar het uiteindelijk om draait.
Het deed te vaak te weinig recht aan de kinderen die langs die meetlat waren gelegd. Ik had toch ook verdorie beter moeten weten.
Ik had uit mijn eigen jeugd moeten weten wat het met een aantal van mijn vrienden deed. Vrienden die steeds maar weer onder die lat scoorden, wat het deed met hun zelfbeeld, met de wijze waarop wij naar elkaar keken.
Het is ooit uit de allerbeste bedoelingen ontstaan, deze ontwikkelingen in de onderwijsjaren tachtig, om ieder kind tot zijn recht te laten komen. Maar nu trekken we ten strijde tegen het vocabulaire, het jargon.
Ik doe mijn best de woorden uit mijn gedachten en mijn spreken te weren. Om niet voortdurend die meetlat langs ieder kind te leggen, maar hen de aandacht te geven waarvan ze groeien en bloeien, waardoor ze zich kunnen ontwikkelen tot prachtige kleurrijke individuen.

Straks na schooltijd is het weer druk en driftig genoeg - maart 2014

Het jachtig bestaan,
Beeld, geluid, flitsend en snel bestaan.
Snelle auto’s, bezige ouders, snelle, driftige samenleving.
Mijn school, mijn baken van rust.
Aandacht voor de momenten,
Tijd voor het verhaal.
Temidden van het jachtig bestaan.
We zitten midden in de zoveelste verhuizing.
Van locatie naar noodlocatie naar nieuwbouw.
450 werkers, onze leerlingen, verschuiven in anderhalf jaar tijd van plek naar plek.
Hun medewerkers, onze leerkrachten schuiven met hen mee.
De kinderen meewerkend in al deze bewegingen, als participant van onze gemeenschap.
Na weer een dag van verhuizingen tref ik daar een groep van 30 werkers uit groep 7/8 in een kring in hun lege lokaal aan.
De medewerker in kleermakerszit een met haar groep.
Aan de wand nog een verloren lijstje, schuin hangend aan een touwtje.
Ruim een jaar hebben zij hier in deze ‘noodkeet’ vertoefd.
Met de ganzen en geiten als directe buren, dat dan weer wel.
Ik voelde dat er iets gaande was, en leunde tegen de muur aan om naar de verhalen te luisteren.
Het baken van rust temidden van al die verhuisdrift, hier werd een stukje geschiedenis gemarkeerd.
Ieder kind vatte zijn herinnering aan deze plek, aan dit jaar samen.
Kinderen dachten na, genoten van de woorden van de ander, de herinnering kreeg houvast in het geheugen van deze kinderen.
Een herinnering van saamhorigheid.
Hoe je van de nood een deugd kunt maken, dat iets wat tegen lijkt te zitten enorm mee kan vallen.
Dat je, mooie, momenten moet delen met elkaar.
Het was dezelfde groep die ik op de eerste mooie lentedag aantrof met de billen in het gras.
Geen kring, maar wel een eenheid.
De eerste lentezon op de huid, een verhaal van de medewerker.
Stilte in het jachtig bestaan van deze werkers.
Vormende markeringen in het helpen, worden wie zij zijn.
Straks, na schooltijd, is het weer druk en driftig genoeg.


‘En toch laten jullie die wind maar uit die verkeerde toetshoek en papieren werkelijkheid waaien’ - februari 2014
 
De cito-scores worden nog belangrijker voor de leerlingen. En de middelbare scholen willen geen uitstroom van scholieren, omdat ze daarmee een mes in de bekostiging wordt gezet. Excellente leerlingen worden voorgesorteerd. ‘Ik kan wel janken,’ zegt schoolleider Jeroen Goes over deze ontwikkelingen. ‘Nog meer ouders – en neem van mij aan dat ik deze gesprekken meer en meer voer – voelen de druk op de prestaties. Zij weten dat de mening van de leerkracht van het BO er steeds minder toe doet, het gaat om harde cijfers.’ Goes richt zich tot de politiek verantwoordelijken. ‘Ik zou willen dat jullie wat minder hard werken en met geduld en meer vertrouwen het platgetreden gras willen laten groeien.’
 
Onlangs heeft politiek Den Haag besloten dat de gemiddelde lengte van de Nederlander met twee centimeter gegroeid moet zijn. Een ieder die daarna nog onder deze nieuwe norm presteert, faalt. Een gotspe, inderdaad, net als de maniakale toetsgekte en de papieren werkelijkheid uit dezelfde stad. Zo heeft Dekker in november 2013 in zijn onderwijsbegroting laten opnemen dat de gemiddelde Cito-score met twee punten naar 537 moet zijn gestegen. Tal van politieke partijen zagen de onhaalbaarheid daarvan in. Het gemiddelde wordt bij deze genormeerde toets namelijk niet van bovenaf bepaald. Het wordt bepaald door de resultaten van de geteste kinderen.
Maar Dekker en consorten creëren wel weer een eigen werkelijkheid. Het zou grappig geweest zijn wanneer het niet zoveel impact zou hebben op het onderwijs en het beleid dat daaruit voortvloeit. Op initiatief van Loes Ypma van coalitiepartner PvdA wordt de scholen niet alleen een verplichte eindtoets opgelegd, maar wordt ook het moment van afname tot na de adviesperiode voor het VO opgeschoven. Eerst het advies van de basisschool, daarna de verplichte eindtoets. In deze papieren werkelijkheid wordt hier een maatschappij gecreëerd die een bepaald ideaal benaderd: de maakbare wereld, ook die van kinderen. Er is echter nog wel meer aan de hand.
De bekostigingsystematiek en het toezichtskader van het VO is bepaald op de kengetallen van de prestaties van de leerlingen aldaar. Een te hoge uitstroom komt het VO op een negatieve beoordeling te staan en levert korting op de bekostiging op. Er zijn maar weinig eigenwijze scholen die dit risico kunnen en willen nemen.
 
Beste Loes, ik richt me maar weer eens tot jou…
 
Ik schets je de nieuwste ontwikkelingen in het aannamebeleid van het VO in de regio waarin ik werk. De VO scholen zullen in de toekomst niet meer de eindtoets als indicator voor de advisering nemen, zij zullen zich gaan baseren op de resultaten van de Cito-toetsen. Niet die van bijvoorbeeld midden groep 8, maar zij zullen de gegevens gaan vragen vanaf groep 6. De gymnasia gaan geen risico nemen; slechts de leerlingen die vanaf groep 6 een ‘1’ bij de Cito zullen scoren worden nog toegelaten. Je collega Sander Dekker zal het toejuichen: de excellente leerling wordt vanaf groep 6 voorgesorteerd.
Als dit alles niet zo visie-loos zou zijn geweest zou ik er hard om moeten lachen, maar het tegendeel is waar. Ik voel me verdrietig en kan wel janken. Het is een ontwikkeling die snoeihard doorslaat naar de druk op kinderen. Nog meer ouders, en neem van mij aan dat ik deze gesprekken meer en meer voer, voelen de druk op de prestaties. Zij weten dat de mening van de leerkracht van het BO er steeds minder toe doet, het gaat om harde cijfers.
Ouders leven van Cito naar Cito en geven deze druk door aan hun kinderen. Gesprekken gaan niet meer over het geluk van de kinderen maar over ‘A’ tjes en ‘Een-en’ en ‘Twee-en’. Loes, ze zijn net ‘uit de dop’. Ze willen niet de meetlat naast zich hebben liggen. Ze willen nog geen deel uitmaken van deze maakbare prestatiemaatschappij. Ze willen leren, ontdekken, falen, vallen, opstaan, fouten mogen maken.
Er zal in Den Haag een bepaalde intentie achter zitten, maar ik bericht jullie daar maar even dat het zo ongelooflijk verkeerd uitpakt. En toch laten jullie die wind daar maar uit die verkeerde toetshoek en papieren werkelijkheid waaien. De Amsterdamse Kwaliteitsaanpak heeft het ongelijk al bewezen: scholen zijn minder goed gaan presteren, leerkrachten lopen weg en bezwijken onder deze druk.
En lieve voor ons zo belangrijke politici in Den Haag, bleef het daar maar bij, er is nog meer om te huilen. Ik moet van jullie een verplicht ‘pestprogramma invoeren’, omdat jullie denken dat daarmee ieder kind gelukkig wordt.
Met de verhoging van de gemiddelde Citoscores (…) willen jullie het gras harder doen laten groeien. En in het VO mag je niet meer falen, je mag niet meer twijfelen. Dat gaat ten koste van de beoordeling van deze scholen. Het is daarom dat mijn zoon met een voorlopig eentiende (!) tekort op zijn eindlijst werd gedwongen tot een huiswerkklas. Niet omdat er werd gekeken naar wat hij nodig had, maar omdat de school bang is voor een korting vanuit de overheid en het predikaat Excellente school wil behouden.
Beste Loes, Sander, Jet. Jullie werken hard en gedreven, zoals ik dit ook met mijn collega’s dagelijks doe. Soms zou ik willen dat jullie wat minder hard zouden werken en met geduld en meer vertrouwen het platgetreden gras willen laten groeien.
Geef ons het vertrouwen zonder al deze druk, voorkom dat we samen met onze Amsterdamse collega’s dreigen om te vallen.

De beste - augustus 2013

Het was, voor mij verrassend genoeg, Ali B die mij via zijn theatershow meenam naar zo’n ultiem moment. Het moment waarop de leerkracht het verschil voor een heel leven weet te maken.  Het verschil voor hem waarop hij merkte dat hij deugde, deugt.
Juf Mirjam, voor een dag zijn juf, stookte bij hem het vuur op.
Ik genoot van de lezing van wetenschapsjournalist Mark Mieras. Door te schrijven over de onderzoeken over hersenonderzoek en door contact te hebben met de dagelijkse onderwijspraktijk , is hij in staat om praktijk en theorie op een mooie wijze met elkaar te verbinden. Hij gaf ons een inkijk in wat er gebeurt in de hersenen van mensen, jonge kinderen.  Over wat angst bij kinderen doet, wat complimenten en competent zijn doet met de hersenen en het gedrag. Geen (door sommige beschreven als) ‘softe’ theorie, maar wetenschappelijk onderbouwd.
Over de werking van de linker- en rechterhersenhelft. Waarbij er in het onderwijs zo ongelooflijk veel nadruk wordt gelegd op de capaciteiten van de rechterhelft. Waarbij de linkerhelft door het vaak zo eenzijdige aanbod zo weinig wordt gestimuleerd. Daar waar ons creatieve brein zit, wordt door de vraagstellingen, het werken naar toetsen en examens toe, veel te vaak onvoldoende aangesproken.  Om later, wanneer de kinderen na hun schooltijd in de ‘echte maatschappij’ komen, er achter te komen dat juist in onze huidige complexe maatschappij creativiteit (zowel praktisch als in denkvermogen) van zo’n grote waarde is.  Waarom, zo vraagt Mieras zich af, krijgt dit zo vaak zo weinig aandacht en is er voornamelijk de focus op het werken naar de toetsen en de examens?
En zo komen er twee verhalen samen; die van de theatermaker/rapper en van de wetenschapsjournalist.
De eerste ontdekte dat hij eindelijk eens, voor het eerst, ergens de beste in was. De ander vertelde over het belang daarvan en de waarde van het werk van de kunstenaar, de artiest, het creatieve vermogen.
Mieras vertoonde aan het eind van de lezing het fragment uit de show van Ali B dat mij al eerder had geraakt. Ik luisterde nog eens naar Ali B. Naar zijn emotie en passie tijdens deze anekdote.  Mijn gedachten gingen terug naar mijn vrienden van vroeger, nooit eens gewaardeerd in de school waar in wij destijds zaten. Net als zoveel andere kinderen toen, maar ook nu.
Na de beelden van Ali B sloot Mieras zijn lezing af: ‘ieder kind heeft het recht om op school ergens de beste in te zijn’. Het samenvallen van alle verhalen, er rolde een traan vanuit mijn ooghoek. Wat ligt er een prachtige taak.

Kokervisie - juli 2013

Ik bevond mij in een angstaanjagende koker, samen met nog zo’n 50 anderen uit het onderwijs. Een bijeenkomst waarop de resultaten van vele scholen met elkaar werden vergeleken en er werd ingezoomd op deze gegevens om te komen tot betere resultaten.
Terugdenkend aan die bijeenkomst breekt het zweet me nog uit. Ik sputterde tegen, zuchtte, steunde, probeerde de aandacht van de sprekers te krijgen. Met ingehouden woede die zich van mij meester maakte, een tegengeluid te laten klinken. Slechts een paar medestanders lieten hun goedkeuring over mijn afwijzende reactie blijken, maar het was een kleine club.
De bijeenkomst ging voort, zoomde verder in op de vernauwende blik op de leerlingresultaten. Het was een koker waaruit ik mij bevrijdde, nog niet wetend waar ik terecht zou komen.
Het is inmiddels enige tijd geleden, maar het voelt nog als gisteren en het werd vandaag weer aangewakkerd door de berichten die ik van generzijde meekrijg. Ik lees over goede tot zeer goede resultaten op het gebied van begrijpend en studerend lezen, maar men heeft besloten er met elkaar verder op in te zoomen, want de maatschappij vraagt meer. Beter, hoger. inzoomen op de cognitieve resultaten.
Van dezelfde club scholen lees ik elders soortgelijke verhalen. Men heeft de Parnassys-resultaten nog eens geanalyseerd, en geconcludeerd, het moet beter, hoger, meer, meer, meer!
En het zweet breekt mij weer uit, omdat ik weet dat Parnassys slechts de cognitieve kant meet. En wanneer de scholen slechts die kant als uitgangspunt nemen, al het andere lijkt te zijn uit gesloten, of als sluitpost zal dienen. Techniek als project wordt gegeven, creativiteit van ondergeschikt belang.  Het eigen maken van meningen, persoonlijkheid, ruimte voor het kind te geven om zich breed te ontwikkelen. Meer dan de optelsom van de ‘a’ tjes en ‘b’ tjes bij de Cito.
Het angstzweet breekt mij uit omdat ik de ouders van de scholen spreek, die worstelen met het knellende systeem. Worstelen met het welzijn van hun kind in dat systeem, omdat zij anders zijn, maar niet anders kunnen zijn. De school het niet meer kan zien, omdat zij zich focussen op zoveel andere zaken behalve dan het kind.
Het zweet breekt mij uit, omdat de beleidsmakers met hun veranderingen op Passend Onderwijs denken dat zij door hun beleid en verschuivende geldpotten denken dat het kind nu echt beter tot zijn recht kan komen. Met een project als ‘kind op de gang’ denken dat scholen en leerkrachten anders gaan denken en handelen?
Het is een farce, en we weten het allemaal.
Arthur Japin schreef deze dag in een ontroerende column dat hij en andere kinderen eigenlijk niet naar een school zouden moeten gaan. (zie hier het artikel) En juist daar slaat hij de spijker op zijn kop. En dat is hartverscheurend treurig. Een treurigheid die niet wordt opgelost met de voortdurende focus en kokervisie op de ‘a-tjes’ van de Cito.
Er is een wereld te winnen. Er gloort licht aan de tunnel. Wanneer de leerkracht zich loswringt van de resultatenmachine en het handelen en het hart met elkaar te verbinden.
Los te komen uit de kokervisie. Voor al die kinderen die zich bekneld voelen in het systeem.
Het kan!
Echt!

 

 

 
 

 

 

Alle blogs

Dag met een traan (01-11-2018)

Een vrije mening (05-09-2018)

IM (19-08-2018)

Alleen (21-07-2018)

De nacht (3) (25-06-2018)

Zoeken (26-05-2018)

Volwassenheid (11-05-2018)

FB - wees de verandering (09-04-2018)

Geen steek veranderd (31-03-2018)

Loop der dingen (03-03-2018)

Glaasje bier (24-02-2018)

Druk (18-02-2018)

Liefdevolle aandacht (28-01-2018)

2017 (29-12-2017)

Reis (22-12-2017)

It's all meant to try us out (17-12-2017)

Naïeveling (03-12-2017)

Aardigheid - 100 mensen (02-12-2017)

Te veel (20-11-2017)

Als de dode (16-11-2017)

Aardigheid - een beschrijving (05-11-2017)

In herinnering (01-11-2017)

Deinen (29-10-2017)

Achterblijven (15-10-2017)

Woorden in de stilte (14-10-2017)

Milde open aandacht (02-10-2017)

Oneindig dichtbij (28-09-2017)

Retourtje (18-09-2017)

Blogs van 'het kind' (16-09-2017)

Een kans (24-08-2017)

De liefde (11-08-2017)

La vita (08-08-2017)

Aardigheid #2 (07-08-2017)

Aardigheid- doe je mee? (05-08-2017)

Bekommerd (17-07-2017)

Retour (15-07-2017)

Vaderdag (19-06-2017)

Een verhaal, tenminste. (23-05-2017)

40 (19-05-2017)

Niet het bos, maar de Dom (15-05-2017)

Alleraardigst (03-05-2017)

Marathon (sssst) (30-04-2017)

Cheers (28-04-2017)

We trekken voort (26-03-2017)

Als een droom te leven (18-02-2017)

De liefde (13-02-2017)

De kleur (01-02-2017)

Ik hou van (01-02-2017)

Het heelal (21-01-2017)

Fasen (geen) (18-01-2017)

Aanbellen (08-01-2017)

Terschellingliefde (05-01-2017)

Op eigen benen (12-11-2016)

Wat een mooie vrouw (18-10-2016)

Ik bid (05-10-2016)

Geen vrees (23-09-2016)

Drijfveer (21-09-2016)

Wijn en eten (03-09-2016)

Systeemfout (26-08-2016)

Daar doen we niet aan (17-08-2016)

Eitje (31-07-2016)

Colombia - 8 vragen (en antwoorden) (20-07-2016)

Misschien (02-06-2016)

Stepping out (29-05-2016)

Het zat er aan te komen (16-05-2016)

Pluk (07-05-2016)

Takken (27-04-2016)

Vier (20-03-2016)

Ik vang de tijd (15-02-2016)

Ondraaglijke lichtbaarheid van het bestaan (07-11-2015)

Lach (03-11-2015)

Allerzielen (01-11-2015)

Angst (11-10-2015)

nu (23-09-2015)

Geluid van de stilte (22-09-2015)

Vroeguh (10-06-2015)

Tijd (25-05-2015)

Niets (19-05-2015)

Ode (08-05-2015)

Vrij (04-05-2015)

Groene weides (18-04-2015)

Jong (17-03-2015)

Alleen (13-03-2015)

Blijf (12-03-2015)

Gelukkige waarheid (08-02-2015)

Verjaar (27-01-2015)

Wind en zeilen (26-01-2015)

Even wachten (25-01-2015)

Je suis/ ik ben (16-01-2015)

Dat het niet waar is (08-01-2015)

Nemen, nam, doe (01-01-2015)

Foto's van het leven (26-12-2014)

Ongrijpbaar geluk (12-12-2014)

Omgekeerde herinnering (07-12-2014)

En door (30-11-2014)

De nacht (19-11-2014)

Niets is (18-11-2014)

Rust (13-11-2014)

Kans (09-11-2014)

Zorg (06-11-2014)

Twintig jaar (16-10-2014)

Sinterklaas (15-10-2014)

Herfst (11-10-2014)

Alles (15-09-2014)

Moed (10-09-2014)

Volgend leven (03-09-2014)

Gek (21-08-2014)

Afscheid (25-07-2014)

Ik loop, dus ik besta (23-07-2014)

Het stadskantoor (05-07-2014)

Horizon (29-06-2014)

Het tuinpad van mijn vader (20-06-2014)

Stil (01-06-2014)

Woorden (13-05-2014)

Het nest (10-05-2014)

Niets (21-04-2014)

Blik naar voren (16-04-2014)

En weer (12-04-2014)

Het duizelt (09-04-2014)

Voor eeuwig verloren momenten (03-04-2014)

Anders (02-04-2014)

Vieren (31-03-2014)

Het jachtig bestaan (16-03-2014)

Veertien maanden (11-12-2013)

Geen taboe (11-12-2013)

Madiba (08-12-2013)

Betuttelmaatschappij (25-11-2013)

Het foute van het web (18-11-2013)

Angst en overleven (09-11-2013)

Vertrouwen (02-11-2013)

Optimistisch (23-09-2013)

Vrijheid (01-09-2013)

Trots (26-08-2013)

Alles is nieuw (25-08-2013)

Anders kijken... (22-08-2013)

De schoen past (16-08-2013)

Onthaast u (22-07-2013)

Bagage (27-06-2013)

I've seen it (10-06-2013)

Mooi he (28-05-2013)

Los (31-03-2013)

Samen (28-03-2013)

Jong talent (19-03-2013)

Verjaren (17-03-2013)

365/39 (12-02-2013)

365/40 (12-02-2013)

365/38 (11-02-2013)

Tuinmannen (09-02-2013)

365/36 (07-02-2013)

365/35 (04-02-2013)

365/33 (02-02-2013)

365/32 (01-02-2013)

365/30 (30-01-2013)

365/29 (29-01-2013)

365/28 (28-01-2013)

365/27 (27-01-2013)

365/26 (26-01-2013)

365/25 (25-01-2013)

365/24 (24-01-2013)

365/23 (23-01-2013)

365/21 (21-01-2013)

365/19 (19-01-2013)

365/18 (18-01-2013)

365/17 (17-01-2013)

365/16 (16-01-2013)

365/15 (15-01-2013)

365/14 (14-01-2013)

365/13 (13-01-2013)

365/9 (09-01-2013)

Sjouwen (08-01-2013)

365/7 (07-01-2013)

365/6 (06-01-2013)

Engelen (05-01-2013)

365/4 (04-01-2013)

365/3 (03-01-2013)

Toon (02-01-2013)

365/1 (01-01-2013)

Project 365:0 (31-12-2012)

Tijd is wat je gebeurt.. (05-12-2012)

Besef (19-11-2012)

Het biografisch pad (14-11-2012)

Belangrijke dingen in het leven (11-11-2012)

Ode aan de doden (04-11-2012)

Het circus van de hebberigheid (04-11-2012)

Is it all ment to try us out? (fotoverslagje onderaan) (09-09-2012)

Veel te makkelijk (27-08-2012)

Pluk de dag (18-08-2012)

ALS (12-08-2012)

Als alles voorbij is (04-08-2012)

Enjoy the silence (01-08-2012)

Mildheid (10-07-2012)

Niemand kan gemist worden (09-06-2012)

Er is geen afscheid (07-06-2012)

Helpen (01-06-2012)

De digitale achtbaan (20-05-2012)

Spinnen en draaien (04-05-2012)

Vriendelijkheid (27-04-2012)

Ubuntu (18-04-2012)

Respectloos (28-02-2012)

De maalstroom van het leven (26-02-2012)

Schoonheid en talent (06-01-2012)

Politiek en cabaret (02-01-2012)

2012 (31-12-2011)

Stilte (31-12-2011)

Is dit ons land? (27-11-2011)

Warme herfst (13-11-2011)

Het verdriet van Nederland (01-11-2011)

Appels en peren (30-10-2011)

Stoel (20-10-2011)

Gevangen gedachten (08-10-2011)

Absurde tijden (01-10-2011)

Kalf (30-09-2011)

Toekomst vd zorg (25-09-2011)

Gunnen (16-09-2011)

Het vingertje (11-09-2011)

Liever (03-09-2011)

Zo mooi als liefde is (13-08-2011)

Durf te verdwalen (08-08-2011)

Respect (06-08-2011)

Zomaar zo'n dag (04-08-2011)

Every little thing (03-08-2011)

Het is k... of het kabbelt (31-07-2011)

De digitale... vooruitgang? (28-07-2011)

Klein gebaar (26-07-2011)

Wereldnieuws (25-07-2011)

De dubbele moraal (24-07-2011)

Hemels (16-07-2011)

De fout (11-07-2011)

Het vriendelijke noorden (10-07-2011)

De kracht van woorden (07-07-2011)

Rotonde (29-06-2011)

Invloed (18-06-2011)

Beer (16-06-2011)

Het nieuwe Nederland (update II) (16-06-2011)

The luckiest people (12-06-2011)

Signaal (10-06-2011)

Er is altijd een weg (07-06-2011)

De spiegel van je ziel (04-06-2011)

De ene dode.. (02-06-2011)

Achter de wolken (02-06-2011)

Hemelvaartsdag (01-06-2011)

Glimlach (31-05-2011)

Het gaat gelukkig door (30-05-2011)

Houden van (29-05-2011)

Pracht van de natuur (29-05-2011)

Vanzelfsprekend optimisme (27-05-2011)

Zij maakt het verschil (26-05-2011)

Brein (25-05-2011)

Kathedraal (23-05-2011)

Grip (22-05-2011)

Kruisiging (21-05-2011)