Het tuinpad van mijn vader

In een jaar waarin wij alle hoeken van het land aan onze Italiaanse gastzoon Luca hebben laten zien mocht het volgende niet ontbreken. 
Een kleine fietstocht langs de wortelen van mijn jeugd. 
Oftewel; 'langs het tuinpad van mijn vader'.

Als een AFS jaar een leven in een jaar is, zoals we dat ook hier thuis ervaren, dan kan deze kennismaking er nog wel even bij. 

Een sentimental journey in stijl, op de fiets door de polder langs de sloten. 
En dan die wind, steeds maar weer die Nederlandse wind, iedere AFS-er is er beu van, en ik weet niet beter.
De boerderij op de hoek, het geboortehuis van mijn vader zo vertelde hij mij ooit aan het einde van zijn leven. 

En dan na zo'n kilometer of vijftien stonden we even samen stil voor mijn geboortehuis, zo herkenbaar. Het uitzicht over de landerijen, de sloten er omheen.
Wat een fijn gezelschap van oprechte belangstelling waardoor ik kon vertellen over de bevroren sloten, de verkoop van de boerderij en de aanleg van de extra brug als gevolg daarvan.
Het was een kort verhaal maar ik waande mij een jaar of dertig terug. Ik zag ons daar lopen, en mijn vader op zijn knieën het onkruid tussen de tegels uit verwijderen. 
Steeds weer dat soort beelden, na zijn overlijden zo meer levend dan ooit te voren. De tederheid bij de beelden die opdoemen in schril contrast met de hardheid zoals ik die bij leven heb gevoeld.
Nog een korte anekdote over de daklijsten, allen identiek op de vier huizen van de drie broers en zijn moeder, en 'kom laten we verder fietsen'.

'Kijk hier zijn moeder, hier mijn vriend, temidden van al die andere kinderen waar wij niet mee speelden, ja zijn oude moeder woont er nog. En daar het huis van zijn broer, gebrouilleerd ja, de daklijsten zijn verdwenen.'
De polder, het hoge water, de in het water wegzinkende weg, bij ieder huis een verhaal in mijn hoofd, ik vermoeide hem er niet mee.
De school, verdwenen, daar dat huis van een vriend, we komen in de bewoonde wereld; veel bier gedronken. Weer drie woorden maar zoveel beelden.

En dan van geboortehuis naar laatste rustplaats; 'even kijken op de begraafplaats, als je dat goed vindt'.
'Ja de begraafplaats is later op de avond ook nog open, in tegenstelling tot de kerken hier in Nederland. Die zijn bijna altijd dicht.'

'Kijk hier zijn moeder, zelfde sterfdag, zijn chauffeur, zijn compagnon, op een rijtje. En hier dan, kijk de foto op het glazen steentje, dit zijn mijn wortels.'
In alle rust en met veel respect ontvangt hij deze summiere woorden en de indrukken van deze bijzondere plaats. 
En plots besef ik zoveel meer dan wat ik in woorden zeg.
De onwaarschijnlijke kracht van liefde, de onmacht tijdens het leven, en de pijn die nooit verdwijnt. 
En dat dit alles misschien wel zo intens aanvoelt nu met deze gastzoon van een jaar nabij. 
Samen voor dat graf, een vader en een 'zoon-voor-een-jaar'.

'Wil je nog even blijven?', vraagt hij aan mij.
'Nee laten we gaan' breng ik droogjes uit, terwijl het verdriet mijn ogen uitstroomt.

Tot aan het hek van deze plaats geef ik mezelf de tijd om te herstellen, een arm van deze Italiaan is voldoende. 

Kijk pa, denk ik, zo was het ooit bedoeld geweest, maar het is oke, maar zo godvergeten jammer. 

Het tuinpad van mijn vader, 
nooit zal het wennen.
Nooit.